Op mijn blog staan steeds meer dagen zonder verhaal, schande!
Druk met anderen te schrijven, ouderwets op papier, vandaar.
Of gewoon te druk, of juist niet, ik bedoel niets meegemaakt, ik bedoel dingen meegemaakt die het vermelden niet waard zijn..
Mevrouw L. is naar de kapper of doet boodschappen of . . . . ze is er niet en de hond is uitgelaten.
De voeten schreeuwen door de schoenen dat ze moe zijn, stelletje aanstellers.
De post bracht niet meer dan een rekening en een brief van de belasting, gelukkig een teruggave, meestal is het alleen een rekening.
Langzaam wordt het later, maar zelfs dat is geen nieuws sinds iedereen klok kan kijken.
"Kijk een valk!"
"Waar?..."
"Daar! Kijk dan!"
"Ik kijk toch... ik zie 't niet."
"Ja, nou ben je te laat!"
De klok van de kerk slaat, even tellen, het is zes uur.
Ik klik op een toets, geen email.
De telefoon staat naast me, maar niemand belt.
Niet dat ik eenzaam ben, hoor, ik ben alleen maar alleen.
Hallo?
Posts tonen met het label Fictie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fictie. Alle posts tonen
11 november 2013
8 november 2013
2 juli 2012
Lost in the tunnel of love
Laten we hier maar gaan zitten.
Nee, we zouden naar de plek gaan waar we altijd zitten als we hier zijn.
We zijn nu toch hier?
Nee, hier hebben we nog nooit gezeten.
Waarom wil jij toch altijd verder rijden?
Ik wil helemaal niet verder rijden.
Dat wil je wel!
Ik wil alleen maar naar "ons" plekje.
Dat is bezet, dat zie je toch, daar staat nu die witte auto.
Dan rijden we iets verder.
Toe maar, nog verder rijden.
Prima, ik keer nu om, jij je zin.
Ik hoef mijn zin helemaal niet te hebben, rij nou maar door naar die plek van jou.
Die plek van ons!
Goed, wat jij wil, die plek van ons.
Nu zijn we al gekeerd, jij je zin, je gaat hier maar zitten, dat wilde je toch?
Wat is er dan mis met deze plek?
Er is helemaal niks mis mee, maar hier wilden we niet heen.
Jij niet heen.
Wij!
Zit nu niet te mokken.
Ik mok niet.
Waarom kijk je dan zo ongelukkig?
Omdat we elkaar totaal niet begrijpen, hoeveel woorden we ook gebruiken.
Ik begrijp jou heel goed, maar als jij mij niet wilt begrijpen, ook prima.
Als jij mij zou begrijpen, dan was je met mij naar ons plekje gegaan.
Nou moet je ophouden. Wie is hierheen gereden en hier gestopt?
Laten we nu even ophouden langs elkaar te praten.
Ik vind mijzelf anders behoorlijk duidelijk.
Duidelijk wel ja, maar behoorlijk?
Gaan we grof worden?
Nee, ik voel me alleen zo verdwaald.
Wat krijgen we nou weer. Waarin dan wel?
In the tunnel of love!
Nee, we zouden naar de plek gaan waar we altijd zitten als we hier zijn.
We zijn nu toch hier?
Nee, hier hebben we nog nooit gezeten.
Waarom wil jij toch altijd verder rijden?
Ik wil helemaal niet verder rijden.
Dat wil je wel!
Ik wil alleen maar naar "ons" plekje.
Dat is bezet, dat zie je toch, daar staat nu die witte auto.
Dan rijden we iets verder.
Toe maar, nog verder rijden.
Prima, ik keer nu om, jij je zin.
Ik hoef mijn zin helemaal niet te hebben, rij nou maar door naar die plek van jou.
Die plek van ons!
Goed, wat jij wil, die plek van ons.
Nu zijn we al gekeerd, jij je zin, je gaat hier maar zitten, dat wilde je toch?
Wat is er dan mis met deze plek?
Er is helemaal niks mis mee, maar hier wilden we niet heen.
Jij niet heen.
Wij!
Zit nu niet te mokken.
Ik mok niet.
Waarom kijk je dan zo ongelukkig?
Omdat we elkaar totaal niet begrijpen, hoeveel woorden we ook gebruiken.
Ik begrijp jou heel goed, maar als jij mij niet wilt begrijpen, ook prima.
Als jij mij zou begrijpen, dan was je met mij naar ons plekje gegaan.
Nou moet je ophouden. Wie is hierheen gereden en hier gestopt?
Laten we nu even ophouden langs elkaar te praten.
Ik vind mijzelf anders behoorlijk duidelijk.
Duidelijk wel ja, maar behoorlijk?
Gaan we grof worden?
Nee, ik voel me alleen zo verdwaald.
Wat krijgen we nou weer. Waarin dan wel?
In the tunnel of love!
24 maart 2011
Haast (2)
Natuurlijk sprong het stoplicht op rood, juist toen hij het kruispunt naderde.
"Godverdomme, dat heb ik weer!" briesde hij, "verdomme, verdomme, verdomme!"
Zijn voet stuiterde op het gaspedaal, zodat luid geronk zijn gevloek overstemde.
Op het moment dat het licht op groen sprong vloog zijn auto met slippende banden voorwaarts.
Hoofdschuddend werd hij door wachtende voetgangers nagekeken. Hij scheurde over de Hanzestraat naar het volgende verkeerslicht, "Laat dat alsjeblieft groen zijn!" riep hij bezwerend. In zijn spiegels zag hij de auto's die met hem voor rood hadden gewacht en hij wilde ze niet nogmaals gezelschap houden; hij zou voor lul staan! Hij stampte zijn rechtervoet fel naar beneden en juist toen het licht op oranje sprong knalde hij over de kruising.
"Yes, yes, yes!" gilde hij. Zijn derde uitroep werd overstemd door een doffe dreun.
Direct werd het donker in de auto. Felle kleuren rood en blauw schoven over de voorruit. Automatisch trapte hij op de rem en daardoor vloog het lichaam dat zijn ruit bedekte naar voren en verdween uit zijn blikveld. Vegen rood kleurden zijn zicht op de weg,
Het was stil.
Alles was stil.
Iemand liet zijn fiets vallen, holde naar een plek vlak voor zijn wagen en knielde neer.
De stilte hield aan tot hij hem verbrak door wanhopig te roepen: "God verdoem mij, God verdoem mij!" en hij wist ineens hoe zijn verdere leven er uit zou zien.
31 december 2010
Oudejaarsdag
Met het einde van 2010 nemen veel zaken een einde en sommige zaken lopen gewoon door; daar heeft de tijd geen vat op.
Toch maken we met z'n allen een hoop heisa van de jaarwisseling, al was het alleen maar met het vestigen van een nieuw record met de hoeveelheid buskruit die we het milieu inblazen.
Voor mij staat het afsluiten van dit jaar vooral in het teken van het nieuwe jaar; een nieuw jaar waarin de toekomst een heden gaat worden, een jaar met grote persoonlijke veranderingen.
Maar er is nog iets.
Van vrienden, die hun stekje in Zuid-Frankrijk opgaven, kreeg ik als afscheidscadeau een Noorse trilogie, geschreven door Herbjørg Wassmo.
Bij een Scandinavische trilogie moet ik direct denken aan Sigrid Undsed met haar romans over donkere wouden waarin vrouwen staande kinderen krijgen.
Dus met enige scepsis begon ik met het boek Dina, gevolgd door het boek Benjamin.
Ik heb de boeken nooit mee naar Nederland genomen, maar consequent in Frankrijk gelezen. Dat had tot gevolg dat er soms lange pauzes zaten tussen diverse hoofdstukken.
Kort en goed, vandaag, de laatste dag van het jaar heb ik het boek Karna uitgelezen en 2010 betekent voor mij dus ook een afscheid van het barre noorden van Noorwegen, van Reinsnes.
Ik heb ervan genoten en veel van geleerd; geweldige literatuur.
Ik kan het iedereen aanraden; doe er een jaar over, bijvoorbeeld 2011!
En Hanneke......, heel erg bedankt!
Toch maken we met z'n allen een hoop heisa van de jaarwisseling, al was het alleen maar met het vestigen van een nieuw record met de hoeveelheid buskruit die we het milieu inblazen.
Voor mij staat het afsluiten van dit jaar vooral in het teken van het nieuwe jaar; een nieuw jaar waarin de toekomst een heden gaat worden, een jaar met grote persoonlijke veranderingen.
Maar er is nog iets.
Van vrienden, die hun stekje in Zuid-Frankrijk opgaven, kreeg ik als afscheidscadeau een Noorse trilogie, geschreven door Herbjørg Wassmo.
Bij een Scandinavische trilogie moet ik direct denken aan Sigrid Undsed met haar romans over donkere wouden waarin vrouwen staande kinderen krijgen.
Dus met enige scepsis begon ik met het boek Dina, gevolgd door het boek Benjamin.
Ik heb de boeken nooit mee naar Nederland genomen, maar consequent in Frankrijk gelezen. Dat had tot gevolg dat er soms lange pauzes zaten tussen diverse hoofdstukken.
Kort en goed, vandaag, de laatste dag van het jaar heb ik het boek Karna uitgelezen en 2010 betekent voor mij dus ook een afscheid van het barre noorden van Noorwegen, van Reinsnes.
Ik heb ervan genoten en veel van geleerd; geweldige literatuur.
Ik kan het iedereen aanraden; doe er een jaar over, bijvoorbeeld 2011!
En Hanneke......, heel erg bedankt!
24 november 2010
Luisteren
Leunend tegen de wand was nu een toeschouwer.
Toen hij daar stond en toekeek ontdekte hij dat hij de gesprekken beter begreep dan op het moment dat hij zelf deelnemer was geweest. Hij herkende de verbeten verdediger van z’n eigen gelijk, druk gesticulerend en dwingend om zich heen kijkend. Hij voerde veel meer een monoloog dan een debat. Als iemand hem weersprak keek hij weg en soms zelfs demonstratief omhoog. Zijn opponenten gingen dichter bij elkaar staan, vormden een coalitie, schoven tegenover hem. Als zij een zwakte in een argument herkenden, keken ze elkaar met enige triomf aan, zij hoorden wat zij wilden horen. Er werd door een van hen ingegaan op een argument dat daar nu de ruimte voor bood. Dit was nu de woordvoerder, iemand die namens de anderen sprak. Degenen die achter hem stonden zorgden dat zijn stem luider werd. De solist had zijn kruit verschoten en gaf het op. Hij liep de groep uit, nam een drankje van het buffet en ging een beetje terzijde staan.
Leunend tegen de wand was nu een toeschouwer.
Toen hij daar stond en toekeek ontdekte hij dat hij de gesprekken beter begreep dan op het moment dat hij zelf deelnemer was geweest. Hij herkende de verbeten verdediger van z’n eigen gelijk, druk gesticulerend en dwingend om zich heen kijkend. Hij voerde veel meer een monoloog dan een debat. Als iemand hem weersprak keek hij weg en soms zelfs demonstratief omhoog. Zijn opponenten gingen dichter bij elkaar staan, vormden een coalitie, schoven tegenover hem. Als zij een zwakte in een argument herkenden, keken ze elkaar met enige triomf aan, zij hoorden wat zij wilden horen. Er werd door een van hen ingegaan op een argument dat daar nu de ruimte voor bood. Dit was nu de woordvoerder, iemand die namens de anderen sprak. Degenen die achter hem stonden zorgden dat zijn stem luider werd. De solist had zijn kruit verschoten en gaf het op. Hij liep de groep uit, nam een drankje van het buffet en ging een beetje terzijde staan.
Leunend tegen de wand was nu een toeschouwer.
T o e n h i j d a a r s t o n d e n t o e k e e k e n l e e r d e t e l u i s t e r e n
12 augustus 2010
Vertrek
Voor mij staat een kop met hete thee en melk en suiker.
De thee is geroerd.
Een vogel herhaalt zijn zelfde lied.
Mijn hond draagt een bel.
Ik zie hem niet.
Ik hoor hij is niet ver bij mij vandaan.
De zon staat hoger nu.
Het gras is nat.
Zij buigt naar mij toe.
"Ik heb een reis geboekt, hier ver vandaan."
Verschuift haar stoel.
Haalt koffers naar beneden.
Een motor start.
"Ik moet nu gaan!"
Nu even gelukkig zijn, ik leef niet in het verleden.
18 februari 2010
Le train-train quotidien
Ze schuiven aan tafel en scheppen op, wensen elkaar smakelijk maaltijd en beginnen te eten.Zachtjes klinkt op de achtergrond een stem uit de radio.
"Nog wat leuks beleefd vandaag?" vraagt hij, terwijl zij elkaar even aankijken.
"Dat hoef je toch niet te vragen, ik maak nooit wat leuks mee, "jij beleefd tenminste nog eens wat."
In zijn hoofd zoekt hij wanhopig naar een vraag, een opmerking, een anekdote, naar iets waarmee het gesprek door kan gaan; of beter, waarmee een gesprek begint.
"Wat ben je stil, vertel toch eens wat!"
Het lukt hem niet, hij weet niets te vertellen. "Ik heb niets beleefd."
"Hoe kan dat nou, je bent toch naar kantoor geweest en naar die afspraak?"
"Ja, maar daar valt niets over te zeggen, gewoon."
"Wat nou gewoon, jij weet helemaal niet wat gewoon is. Ga jij maar eens een hele dag op mijn stoel zitten tussen die vier muren, dan praat je wel anders!"
De paniek in zijn hoofd is nu compleet. Hij proeft zijn eten al niet meer, werktuigelijk leegt eet hij door.
"Waarom lukt het niet met elkaar te praten, in de plaats van meldingen aan elkaar te doen?", vraagt hij zich af.
"Waarom begrijpt hij nooit dat ik bekaf ben na een werkdag en het nu leuk wil hebben?", denkt zij.
"Nou dat wordt weer gezellig, als jij zo blijft," zegt zij.
Zijn bord is leeg en hij staat op om af te ruimen.
"Nee, laat mij dat maar doen. Ga jij maar naar binnen en doe de televisie alvast maar aan, het nieuws komt zo!"
Hij weet dat de avond gered zal worden door de televisie. Het lange zwijgen doet dan de wreveligheid van de maaltijd vergeten.
"Kom, zullen maar een gaan slapen, er is nu toch niets meer op de televisie."
"Ja, ga jij maar alvast, dan sluit ik nog even af"
In bed geven ze elkaar een kus, "Slaap lekker lieverd."
"Ja, jij ook."
In het donker komen de gedachten.
De herinneringen aan vroeger.
Waar ging het fout?
Wanneer kwam dat cynisme tussen hun en waarom laten zij dat groeien?
Ze blijven bij elkaar.
Ze wachten af.
Je stapt niet uit een rijdende trein, je wilt immers weten wat het eindstation is?
3 november 2009
Opstaan
Hij wist niet hoe lang hij al wakker was. Toen hij klein was werd hij 's morgens wakker met het gevoel alsof zijn ogen dichtgeplakt waren. In zijn ooghoeken zat dan iets, dat zijn moeder slaap noemde.
Zou het slaap zijn die ook nu zijn ogen gesloten hield?
Hij glimlachte bij de gedachte dat je als bejaarde weer kind lijkt te worden.
Als hij zijn ogen wel openen begon het hele circus, dat opstaan betekent en daar was hij nog niet aan toe.
De rode kleur in zijn ogen vertelde hem dat de zon al tegen de gordijnen scheen.
Wanneer hij nu zou kijken zou hij het witte plafond met de twee bruine balken van zijn slaapkamer zien.
Even dommelde hij weer in en maakte een kleine reis door Egypte.
Hij was op een stoomboot op de nijl.
Langzaam verdween de tempel van Hatsepsut uit het zicht.
Hij proefde de kers uit zijn glas martini.
Hij deed een stap naar achteren om een dame te laten passeren, zij glimlachte verleidelijk naar hem en hij werd opnieuw wakker.
Vroeger zou hij allang zijn opgestaan, nu kende hij het genot van incontinentiemateriaal en prees zich gelukkig dat Trudy hem dit had aangepraat.
Hoe laat zou het zijn?
De drukte van het ochtendverkeer was al voorbij of verbeelde hij zich dit?
Alles wordt minder, dus ook je gehoor.
Hij dacht na over zijn aftakeling.
Hij had het idee dat hij al behoorlijk op weg was richting graf; alles aan hem begon te hangen, als verlangde het naar de aarde.
"Vandaag nog niet!", zei hij hardop.
Het leek alsof hij kracht moest zetten om zijn ogen te openen.
Als eerste zag hij een vlieg die boven hem vreemde wiskundige figuren vloog.
Hij verbaasde zich dat hij nooit eerder een vlieg had bekeken die zulke mooie haakse bochten kon vliegen.
Omstandig rolde hij zich op zijn zij en sloeg het beddengoed terug.
Hij hoorde zichzelf kreunen om overeind te komen.
"Het circus gaat beginnen", sprak hij somber tegen zichzelf.
19 oktober 2009
Prometheus
Over Prothemeus worden vier sagen verteld.Volgens de eerste werd hij, omdat hij de Goden aan de mensen had verraden, aan de Kaukasus vastgeklonken en de Goden zonden adelaars die van zijn voortdurend aangroeiende lever aten.
Volgens de tweede drong Prometheus zich door de pijn van de hakkende snavels steeds dieper in de rots, totdat hij er één mee werd.
Volgens de derde werd in de duizenden jaren zijn verraad vergeten, de Goden vergaten, de adelaars vergaten, hij zelf.
Volgens de vierde sage werd men, wat redeloos geworden, moe. De Goden werden moe, de adelaars werden moe, de wond sloot zich moe.
Bleef het onverklaarbare rotsgebergte. De sage probeert het onverklaarbare te verklaren. Daar zij uit een grond van waarheid is ontstaan, moet zij weer in het onverklaarbare eindigen.
Kafka
19 september 2009
Simenon
Simenon schreef meer dan 105 romans met daarin commissaris Maigret als hoofdfiguur. Veel gelezen en veel verfilmd, o.a. als televisieserie met daarin Kees Brusse als Maigret.Daarnaast schreef hij nog zo'n 60 romans die ik nooit eerder heb gelezen. Een paar weken geleden kreeg ik er een in handen : "De man met het hondje" en vanaf dat moment ben ik aan Simenon verslaafd. Het is niet alleen heerlijke bedliteratuur, maar de tijdsbeelden vanaf 1830 tot eind zestiger jaren zijn heerlijk om mee te beleven en de beschrijving van de eenzame tragiek waarmee elk mens worstelt is vaak treffend beschreven....een trouvaille!
14 september 2009
Hemel
Er was eens een gemeenschap van schurken, dat wil zeggen, het waren geen schurken, maar gewone mensen. Zij bleven elkaar altijd trouw. Als bijvoorbeeld een van hen een vreemde, die buiten hun gemeenschap stond, op een ietwat schurkachtige manier ongelukkig had gemaakt - dat betekent weer niets schurkachtigs, maar zoals het gewoonlijk, zoals het gebruikelijk is - en hij dit dan tegenover de gemeenschap biechtte, onderzochten zij het, beoordeelden het, legden boeten op, vergoeilijkten en dergelijke.Het was niet slecht bedoeld, de belangen der individuen en van de gemeenschap werden zorgvuldig in het oog gehouden en de biechteling werd het compliment gegeven waarvan hij de grondkleur al had aangeduid: "Wat? Daarover maak jij je bezorgd? Je hebt toch gedaan wat vanzelfsprekend was, zo gehandeld als je moest. Iets anders zou onbegrijpelijk zijn geweest. Je bent alleen wat overspannen. Kom toch tot jezelf!" Zo bleven zij elkaar altijd trouw, ook na de dood verbraken zij de gemeenschap niet, maar stegen in rijen naar de hemel. Over het geheel was het een schouwspel van de reinste kinderlijke onschuld, zoals zij daat vlogen. Daar echter voor de hemel alles tot zijn elementen uit elkaar wordt geslagen, stortten zij als rotsblokken omlaag.
Kafka
8 september 2009
Treinreizigers
Wij zij, met het aards bevlekte oog beschouwd, in de situatie van treinreizigers die in een lange tunnel zijn verongelukt en wel op een plekje waar je het begin niet meer ziet, maar het licht aan het einde zo klein, dat de blik het telkens weer zoeken moet en het voortdurend kwijt is, waarbij begin en eind niet eens zeker zijn.Maar overal om ons heen zien wij, in de verwarring der zinnen of in de overgevoeligheid der zinnen, niets als monsters en naar gelang van de stemming en de verwondering van het individu, een verrukkelijk of een vermoeiend kaleidoscopisch spel.
"Wat zal ik doen, of waarom zal ik het doen?" zijn geen vragen van deze oorden.
Kafka
13 mei 2009
De val
Ik loop door het veld.Ik struikel en ik val voor over.
Ik val...
Een tak, een steen, wat veroorzaakte mijn val?
Hoe lang duurt een val?
Een halve seconde, een kwart seconde, wat voor fractie van een seconde?
Ik kan er niet over denken, want uit de grond steekt de punt van een zwaard.
Ik val...
Ik val en weet dat mijn leven op dit zwaard zal eindigen.
Ik moet mijn hoofd nu buigen om de zwaardpunt nog te zien.
Wat wil ik denken als ik sterf? Welke gedachte moet mij vullen?
Ik val...
Koortsachtig dwaal ik door mijn hoofd, zoek, taxeer en zoek verder.
Ik val en voel de punt tegen mijn vel.
Plots vind ik de gedachte, die mij direct met vreugde vervult en mijn doodsangst verdrijft.
Het staal dringt diep in mij.
-
Ik loop door het veld.
Koortsachtig dwaal ik door mijn hoofd; wat was mijn gedachte aan het einde van die droom?
16 april 2009
Zonder titel
Het wordt nacht en het wordt weer dag.
Een tak valt.
Een vogel fluit.
Theewater kookt.
Een auto passeert.
Een vliegtuig in de lucht.
Er speelt een kind en verder weg sterft het kind.
De bal rolt nog even door.
Een glas valt op de tegelvloer en de gil weerklinkt.
Handen vegen zich droog aan een schort.
De wasautomaat begint met centrifugeren.
Een klok geeft de tijd en staat stil.
Water koelt af.
Ogen vullen zich met tranen.
Het wordt nacht en het zal weer dag worden.
Een tak valt.
Een vogel fluit.
Theewater kookt.
Een auto passeert.
Een vliegtuig in de lucht.
Er speelt een kind en verder weg sterft het kind.
De bal rolt nog even door.
Een glas valt op de tegelvloer en de gil weerklinkt.
Handen vegen zich droog aan een schort.
De wasautomaat begint met centrifugeren.
Een klok geeft de tijd en staat stil.
Water koelt af.
Ogen vullen zich met tranen.
Het wordt nacht en het zal weer dag worden.
14 april 2009
De brug
Ik was stijf en koud, ik was een brug, ik lag over een afgrond. In de ene kant waren de punten van mijn voeten, in de andere mijn handen geboord, in de afbrokkelende klei heb ik mij vastgebeten. De panden van mijn jas wapperden langs mijn zij. In de diepte raasde de ijskoude forellenbeek.Geen toerist verdwaalde naar deze onbegaanbare hoogte, de brug was op de kaarten nog niet aangegeven.
Dus ik lag en wachtte; ik moest wachten. Zonder in te storten kan geen eens geslagen brug ophouden brug te zijn.
Eén keer tegen de avond - was het de eerste, was het de duizendste, ik weet het niet, - mijn gedachten gingen voortdurend in een wirwar en voortdurend in het rond. Tegen de avond, in de zomer, donkerder ruisde de beek, hoorde ik de voetstap van een man! Naar mij toe, naar mij toe. - Strek je brug, houd je goed, balken zonder leuning, draag hem, die zich aan je toevertrouwt. De onzekerheid van zijn schreden moet je onmerkbaar opvangen, maar als hij wankelt, toon dan je ware gedaante en slinger hem als een berggeest aan land.
Hij kwam, met de ijzeren punt van zijn stok beklopte hij mij, toen lichtte hij mijn pandjassen ermee op en legde ze netjes op mij neer. Hij voelde met de punt in mijn verwarde haren en liet hem, waar schijnlijk wild om zich heen kijkend, er lang in te rusten.
Maar toen, - ik volgde hem juist in gedachten over bergen en dalen - sprong hij met beide voeten midden op mijn lijf. Ik rilde van hevige pijn, geheel en al onwetend. Wie was het? Een kind? Een droom? Een struikrover? Een zelfmoordenaar? Een verleider? Een vernieler?
En ik draaide mij om om hem te zien. - De brug draait zich om!
Ik had mij nog niet omgedraaid of daar viel ik al, ik viel, ik stortte omlaag en ik werd verscheurd en opgespietst aan de puntige stenen die mij altijd zo vreedzaam uit het kolkende water hadden aangestaard.
Kafka
28 maart 2009
Droom
25 maart 2009
Soms
Soms loop ik ergens en zoeken mijn ogen wat belangrijk is.Ik kijk en kan het niet vinden, omdat ik niet weet wat mijn ogen zoeken.
Bij elke stap die ik neem komt er meer achter mij te liggen dan voor mij.
Mijn ogen vullen zich met mist waarin ik mij veilig voel, tot de mist ook in mijn hart komt. Dan weet ik dat de mist bestaat uit tranen die komen uit vrees voor het verlies dat zo onvermijdelijk achter de horizon is.
Bij elke stap die ik neem komt er meer achter mij te liggen en groeit mijn angst voor de horizon.
Is dit mijn gedachte, of dacht mijn vader ooit hetzelfde?
Door het besef veel te verliezen, weet ik hoeveel bezit!
7 maart 2009
Zoete herinnering
Op de keukentafel stond de boodschappenmand, bijna leeg nu. Ik was op de stoel geklommen en probeerde op de bodem van de mand te kijken.Deze mand was mij zeer vertrouwd. Daarmee liepen moeder en ik dagelijks naar het Pleintje. Hier waren de winkels waar alles werd gekocht.
De slager, twee groenteboeren, waarvan er een zeer onbetrouwbaar moet zijn geweest, want daar kwamen wij niet binnen. Dat gold ook voor twee van de drie kruideniers en een van de twee banketbakkers. De boodschappen van vandaag waren bij de VIVO gedaan, of beter gezegd, bij Van der Belt en dat was een VIVO. Terwijl moeder in overleg met de kruidenier haar tas vulde met behulp van haar boodschappenboekje, vergaapte ik mij aan de prachtige gekleurde puddinkjes, die afgebeeld stonden op doosjes in een rek dat geheel volgepakt was met pakjes, zakjes en kleine, met vloeistof gevulde, buisjes. Later zou ik weten dat ik me vergaapte aan een display van Dr.Oetker. Ik wees moeder een doosje aan, met daarop een plaatje van een crème-kleurig puddinkje. Prachtig geribbeld, met donkere rozijnen en hij was bijna net zo hoog als hij breed was. De pudding was niet puntvormig, maar eindigde van boven in een klein rond vlakje. Je had ook doosjes waarop fel gekleurde puddingen stonden waar je doorheen kon kijken. Rood, geel en groen, ik vond dat enge toetjes. Thuis had moeder nooit zoiets gemaakt, dus moest het wel slecht zijn.
Moeder begreep mij, maar ze kocht het doosje niet. “Als we strakjes thuis zijn dan maak ik wel zo’n toetje” en daarmee was de kous af.
Nu hengelde ik naar het kleine zakje dat nog op de bodem wachtte om te dienen als een delicaat onderdeel van het toetje. Het rotan van de mand kraakte zachtjes.
“Kijk”, had moeder in de winkel tegen mij gezegd, “ik koop alleen dit en dan zal ik voor jou net zo’n mooie pudding maken als op dat doosje staat”.
Het leek mij onmogelijk dat uit zo’n klein, plat, geelbedrukt zakje een pudding kon komen, maar wie was ik om moeder te wantrouwen. Ik had het idee dat het wel een heel kostbaar zakje moest zijn, zo mooi tentoongesteld in de winkel en zo mooi bedrukt.
Mijn arm was tekort, ik kon onmogelijk bij de bodem van de tas komen.
Langs mij streek moeders arm en ze pakte het zakje op. Ik rook de heerlijke geur die rond het zakje hing.
Melk werd gekookt, rozijnen geweld en met een eitje erbij ontstond in het volgende uur een griesmeelpudding. Als laatste voegde moeder de inhoud van het zakje toe.
Ik kreeg het lege zakje van haar. Met een natte vinger proefde ik van het suikerachtige poeder dat was achtergebleven. Wat smerig. Ik proefde de geur, maar dan in een bittere hevigheid die zich in mijn tong brandde en daar achterbleef alsof het een tatoeage betrof.
s’Avonds, na de warme maaltijd, plaatste moeder de pudding op tafel. Tot mijn ontsteltenis was de pudding nog steeds verborgen in de schaal waarin hij vanuit de pan was gestort. De verwachtte schoonheid van een pudding op een plat bord, versierd met toefjes slagroom, bleef een illusie.
We kregen op geschept en mijn bord vulde zich met brokken griesmeelpudding.
“Zie je nu wel dat je alleen maar een beetje vanillesuiker nodig hebt om zo’n heerlijke pudding te maken”, sprak moeder tegen mij.
Ik durfde niet te zeggen dat ik dat helemaal niet waar vond. Dit was geen pudding, dit had niets van de sierlijkheid die mij door de afbeelding in de winkel was gesuggereerd.
Jaren later kocht ik puddingvormen die garant zouden staan voor de prachtigste toetjes, maar mij ook gevoel gaven dat ik mijn moeder verraadde.
Gelukkig roept de geur van de vanille nog altijd beelden op, die schoner zijn dan de mooiste pudding.
20 februari 2009
Nowhere man
De kamer is rechthoekig, met rechts een groot raam dat uitziet op een eender huis aan de overkant van de straat. Op de vensterbank staan zinken potten waaruit donkere bladeren omhoog steken.
Links van het raam staat een grote sofa met een paar fauteuils en daarvoor een salontafel, tegen de rechter wand hangt een groot televisiescherm en er hangen reproducties als schilderijen.
Van boven klinkt een stofzuiger en in huis hangt de lucht van een kattenbak.
De koffie voor hem op tafel is koud.
De televisie staat aan, zonder geluid.
Hij kijkt naar het beeld zonder iets te zien en hoort de radio die uit de keuken klinkt:
He's a real nowhere man
Sitting in his nowhere land
Making all his nowhere plans for nobody
Doesn't have a point of view
knows not where he's going to
Isn't he a bit like you and me?
Nowhere man please listen
You don't know what you're missing
Nowhere man, The world is at your command
He's as blind as he can be
Just sees what he wants to see
Nowhere man, can you see me at all
Nowhere man don't worry
Take your time, don't hurry
Leave it all till somebody else
Lends you a hand
Ah, la, la, la, la
Doesn't have a point of view
knows not where he's going to
Isn't he a bit like you and me?
Nowhere man please listen
You don't know what you're missing
Nowhere man, The world is at your command
Ah, la, la, la, la
He's a real nowhere man
Sitting in his nowhere land
Making all his nowhere plans for nobody
Making all his nowhere plans for nobody
Making all his nowhere plans for nobody
Abonneren op:
Posts (Atom)





