Posts tonen met het label Herinnering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Herinnering. Alle posts tonen

13 december 2018

Stint

Afgelopen zomer liep ik door Leiden in de buurt van een school, die weldra zou beginnen, dus van alle kanten kwamen ouders met hun kroost toegestroomd.
Dat toestromen gebeurde op veelal (voor mij nieuw) verrassende wijze.
Ik zag bakfietsen, dan ofwel aan de voorkant of aan de achterkant van de fiets, met een of met meerdere koters gevuld. 
Ouders met achter hun fiets een minifietsje zonder voorwiel gekoppeld, met daarop een gehelmde en mee trappende kleuter.
Ik zag de dames met hun bakfietsen vol kleuters de kruispunten links en rechts opvliegen onder het motto: knappe automobilist die mij geen voorrang te verleent en daarbij hun nakomelingschap als wapen in de strijd gebruikten.     
De grootste verrassing waren de zuurstokkleurige mobiele badkuipen gevuld met een achttal kindjes met achterop chaufferende dame's, die geluidloos en in hoog tempo van alle kwamen aangevlogen.
Thuisgekomen vertelde ik mijn geliefde wat ik allemaal had gezien.
Ik deed moeite het kekke kinderwagentje te beschrijven.
Naar aanleiding een tragisch ongeval met dit vervoermiddel is mij de benaming daarvan nu welbekend. 
Maar om het haar toen duidelijk te maken zei ik: "Je weet wel zo'n karretje waarmee ze vroeger over de perrons scheurden met pakjes en bagage!"
Ook voor dat ding wist ik geen naam.
Ik maakte er een tekeningetje van en mailde dat naar het Spoorwegmuseum in Utrecht met de vraag of zij mij aan de naam konden helpen.
Per omgaande kwam het antwoord: "Het is een perronwagen, leuke tekening overigens! De machinist (!) van de perronwagen stuurde met zijn voeten  en remmen en tempo regelde hij met een hand.".
Aardige mensen, die spoorkezen.
Ik vertelde ook dat die dames achter die bak heel wat harder scheurden dat die dingen op de perrons (alhoewel, dat ging ook fors) en dat ik het dapperder zou vinden als zij eveneens als kapitein op een schip voorop zouden zouden staan in de oplaats zich achter de kinderen te verschuilen.
Dat waren mijn gedachten toen . . . ik zou dat laatste nu niet meer zeggen.                                            

22 april 2017

Birkles Hütte

In de zomer van 1960 was ik met mijn ouders en mijn broer Peter op vakantie in Baiersbronn in het Zwarte Woud.
Nu ben ik na 57 jaren terug in deze streek.
Het is onherkenbaar veranderd.
Waar hooiland was, staan nu zilverdennen die haast dikker zijn dan ikzelf.
De weilanden voor ons vakantiehuisje zijn volgebouwd met woningen, villa's, zelfs flatgebouwen.
De winkels in het dorp . . . onherkenbaar.
Ik had het oude vakantiealbum meegenomen.
Twee filmrolletjes zijn er tijdens ons verblijf vol geknipt: vierentwintig foto's.
In de bossen vond ik plekken terug die nog herkenbaar waren, zoals de Birkles Hütte waar mijn broer toen in poseerde en ik nu een selfie nam.
Het is vreemd om terug te komen op exact dezelfde centimeters waar ik zolang geleden was.
Ik realiseerde mij dat het toen een totaal andere wereld was.
Niet alleen voor mij . . . . 
De weg naar de Friedensbaum uit 1870 wist ik ook nog te vinden.
De sequoia werd geplant in 1871 ter gelegenheid van de beëindiging van de Frans- Duitse Oorlog.
Er is nadien nog heel wat geknokt tussen deze twee naties.

5 januari 2017

Zakdoekherinnering

Ik heb vijf weken geleden een gemeen virus opgelopen dat nu al weken de oorzaak is van een flinke verkoudheid. Ik heb mijn bronchiën er bijna uitgehoest, maar nu ben ik aan de beterende hand.
In die vijf weken heb ik heel wat zakdoeken (zie blog 20 november 2008) moeten gebruiken.
Zelfs is een "stille" voorraad aangesproken.
Zo kom je nog eens een zakdoek tegen die je bijna niet meer kent.
Ik moest diep in mijn geheugen graven om te ontdekken hoe deze zakdoek in mijn bezit is gekomen.
Eind jaren tachtig werd er over de A50 op landgoed Varenna het eerste ecoduct in Nederland gebouwd. Om hiervan voorbeelden te vinden was een reis naar Zwitserland nodig, dichterbij bestonden zulke constructies niet. We spraken toen overigens over een cerviduct, omdat het vooral was bestemd om de trekroutes van edelherten te behouden. 
Jaren is de benutting ervan door verschillende diersoorten gevolgd en geëvolueerd. 
Ook internationaal kreeg deze passage bekendheid en op een zeker moment leidde ik er de Japanse minister van natuurbescherming met zijn gevolg rond. Aan het einde van de excursie namen we aan de rand van het bos afscheid van elkaar. Dit ging gepaard met het uitruilen van relatiecadeautjes, waaronder deze "ecologische" zakdoek.
Zo bracht een verkoudheid vergeten herinneringen naar boven. 
En terwijl ik dit schrijf schiet mij nog een soortgelijke belevenis te binnen.
Ook de Mongoolse minister van natuurbeheer heb ik eens op bezoek gehad. 
Het was een wat boertig type, die vooral in het beheer van edelherten was geïnteresseerd.
Ik liet hem de verschillende voorzieningen ten behoeve van edelherten in het terrein zien, waaronder het ecoduct. Nadat ik hem zo ongeveer alles wat er over herten had bijgepraat was er ook met hem het rituele afscheid. Ik kreeg van hem een hoedspeld die al jaren geleden met hoed is verdwenen. Wat mij wel is bijgebleven was zijn laatste vraag: "Waarom zagen jullie de geweien van de herten niet af als het nog in de bast zit?"
Ik was met stomheid geslagen.
Deze minister was duidelijk een han-chinees of hij had de commerciële inslag daarvan.
Zijn opmerking gaf blijk dat natuur in zijn ogen een verlengstuk van de landbouw was en dat iets waarvan je geld kon maken, geoogst moest worden.
Van mijn uitleg die dag had hij niets begrepen en had hem niets opgeleverd. 
Waarschijnlijk vertelt hij nu thuis dat die Hollanders maar domme jongens zijn.
Wat jammer dat het natuurgebied de Oostvaardersplassen toen nog niet bevolkt was met de hertenpopulatie die daar thans huist. Wat een kapitaalsvernietiging zou hij dat hebben gevonden!
Wat een zakdoek naar boven kan brengen . . . 

6 oktober 2016

Dag Staatsbosbeheer

Het is vandaag 5 jaar geleden dat ik afscheid nam van mijn werkgever Staatsbosbeheer en dus ook van dierbare collegae.
Het is een soort lustrum, zo lang geleden en zo vers in mijn herinnering.
Ik bekijk de foto van die dag nog eens een keer.
Weet ik alle namen nog en de reden waarom zij er waren.
Hoe zou het ze zijn vergaan?
Zouden zij zich de dag nog herinneren?
Waarschijnlijk niet.
Ik lees af en toe het personeelsblad van Staatbosbeheer en verbaas mij over de vele veranderingen die er in de afgelopen vijf jaren bij dit bedrijf hebben plaatsgevonden.
Zovele nieuwe mensen zijn aangenomen en ook zovele zijn vertrokken.
De gebruikelijke reorganisaties werden uitgevoerd, aandacht verlegd, doelen bijgesteld en prioriteiten herzien.
Aan de andere kant . . .  was dit niet altijd al het geval? Een vraag die tegelijk het antwoord is.
Elke druppel is verschillend, maar vormen samen een stromende rivier die niet lijkt te veranderen!

20 januari 2016

De Schepping

Ineens stond ik ervoor.
Helemaal alleen en had alle tijd en rust om het geweldige Tapijt Van De Schepping in de kathedraal van Girona te bekijken, te lezen en te bewonderen.
Het meet bijna 4 bij 5 meter en komt uit de 11de eeuw.
Ik leerde dit tapijt kennen door de lessen kunstgeschiedenis op het Grafisch Lyceum, 50 jaar geleden.
Ik herinner mij het gezien te hebben als een  projectie middels een epidiascoop uit een boek. Het was een kopie van dit tapijt. Maar zeker weten doe ik het niet.
In elk geval is het leuk om een vast gezet beeld in je herinnering te toetsen aan de werkelijkheid: echt is mooier . . . veel mooier!
Met wat gezoek op internet vond ik deze kopie van het originele wandtapijt. Er is behoorlijk wat bij gefantaseerd en alles lijkt wat strakker: echt is mooier . . . veel mooier!

11 november 2015

Saint Martin


Sintere Maarten is zo koud,
Geef me een turfie of een hout,
Dan kan ik me verwarmen,
Met me blote armen,
En met me blote bene,
Kan ik een centje verdenen.
We lopen weer mee in de jaarlijkse optocht vanaf het gemeentehuis naar het monument voor de gevallenen op het kerkhof. Een jaarlijks ritueel op Armistice, de herdenking van het einde van de Eerste Wereldoorlog. Er zijn jaren geweest dat er naast mevr. L. en ik slechts een paar dorpelingen meeliepen. Maar sinds vorig jaar, honderd jaar na het uitbreken van de Grote Oorlog is de opkomst iets groter geworden. 
Het is warm, zo niet heet voor de tijd van het jaar. Het kwik stijgt snel boven de twintig graden en de zon voelt weer zomers en iedereen is blij als we weer terug in de gemeenteraadszaal zijn en ons kunnen laven aan de aperitief.
Ik noemde zo'n warm najaar altijd een indian summer oftewel un été indien. 
Tijdens de borrel leerde ik dat zo'n warm najaar hier un été de Saint Martin heet.
Nou, dacht ik bij mijzelf, ik ken nog een bedelversje dat wij zongen op Sinte Maarten dat er vanuit ging dat het dan juist koud was!

29 augustus 2015

Natte voeten

Ik heb in dit blog al eerder geschreven over mijn afkeer van natte schoenen met daarin mijn natte, koude voeten.
Door hoeveel weilanden, bosbesstruwelen, bospercelen met een ondergroei van varens en blauwe graslanden heb ik gezworven met natte voeten van de dauw?
Eens per jaar is het Hemelvaartsdag en daarbij horen zulke voeten, maar op die overige 364 dagen van het jaar had ik daaraan de pest.
Vandaag wandel ik door de beeldentuin van het Kröller-Müller.
Samen met mevrouw L. bewonder ik voor de zoveelste keer de Needle tower van Kenneth Snelson. Telkens weer de verbazing dat iets dat door de zwaartekracht zou moeten vallen, juist opstijgt.
Langs het wandelpad staan een paar metalen stoeltjes in kekke kleur geschilderd.
Even later, als we de hoek om lopen, zien we weer een aantal van zulke stoeltjes voor het beeld Man en vrouw.
Even uitproberen, besluiten we en verlaten het pad en lopen erheen over het gras.
De zon schijnt, het is twee uur en als ik naar mijn schoenen kijk: Jawel, dauw!
Verrast blijf ik staan en maak een selfie van mijn voeten, want zoiets maak ik al jaren niet meer mee.
Even denk ik na of daardoor mijn mening over natte voeten hierdoor is veranderd.
Nee!

14 mei 2015

Zinken emmer

Een zinken emmer, of feitelijk een verzinkte stalen emmer, in elk geval zo' n ouderwetse emmer van metaal, zo'n emmer heeft zich in mijn hoofd genesteld. Of beter gezegd, die emmer zat waarschijnlijk al jaren in mijn hoofd en onlangs kwam ik hem tegen en denk ik aan hem.
Wanneer zou die emmer in mijn kop zijn gekomen?
Lang, lang geleden, dat is zeker, maar wanneer precies?
Was er eerst het geluid en daarna het beeld, of waren ze direct al samen?
Ik weet haast zeker dat het begon met het geluid.
Een emmer wordt op de stoeptegels gezet - klonk! - onder de buitenkraan, die open wordt gedraaid.
Als de emmer met de punt van de schoen een beetje wordt verschoven, waardoor hij recht onder de kraan komt te staan, geeft dat een hard schurend geluid.
De waterstraal valt op de bodem van de emmer met een holle metaalklank die vrijwel direct overgaat in het geluid van het ruisen van het water dat, naarmate de emmer zich vult, steeds iets hoger van toon klinkt.
De kraan wordt gesloten, spons en zeem plonsen in het water. Met een droge klink wordt de emmer opgetild en stil wordt de emmer naar de straatkant van het huis verplaatst en weer is er het harde geluid als de emmer op de stoep naast de houten vouwladder wordt gezet. Geschuifel van het hout en gekras van het verschuiven van de emmer, het druppen van de spons, het gepiep van de zeem over schone ruiten.
Tenslotte wordt de emmer opgenomen en leeggegooid - flats!
Achter het huis wordt hij teruggezet onder de kraan en als het hengsel wordt losgelaten en terugvalt op de emmerrand is er het geluid van een schorre koebel.
Al deze geluiden moet ik hebben gehoord voordat ik er de beelden bij zag van mijn moeder als zij de ramen lapte.
Het zijn beelden uit vervlogen tijden.
Met verbazing realiseer ik mij dat ook de geluiden van een zinken emmer ook uit mijn wereld zijn verdwenen.
De emmer is niet langer van metaal maar werd van kunststof en gaat sindsdien vrijwel geruisloos door het leven, niet langer in staat lawaaierig te melden wat hem overkomt.
Wanneer heb ik voor het laatst het nostalgisch gerinkel van emmers gehoord?
Op de landbouwschool heb ik leren melken en werd zelfs een enthousiast melker. Ik ben zelfs een paar jaren in Zwitserland gaan werken als vacher.
Met de koeien op de alm dagelijks de koeien hoeden en tweemaal daags melken.
Gerinkel van de roestvrij stalen melkemmer.
De lucht van warme room, het gekreun van het warme vee.
Er was het gerammel van alle melkgerei als dit na het melken werd geborsteld en gespoeld.
Dus ongeveer veertig jaar geleden hoorde ik de klank van metalen emmers voor het laatst.
Zoveel jaren later klinken deze emmers nog in mijn hoofd en stel ik mij voor hoe mooi dat was!

1 februari 2015

Geschiedeniscorrectie

Het geheugen is een vreemde zaak denk ik weleens.
Vanmorgen was ik wat aan het opruimen op zolder.
Daar zijn een hoop zaken terecht gekomen die nog een plekje moeten krijgen: ofwel bewaren, ofwel de deur uit!
Telkens als ik aan het opruimen ben geslagen kom ik iets tegen dat herinneringen oproept en direct aanleiding is om te stoppen met het gerommel.
Uit een map viel deze foto.
Achterop staat: opn. aug. '99, gepl. Handhaving 1999/6.
Ik kijk lang naar de foto.
Ik herken de plek op de meter nauwkeurig, ik voel nog de cadans van een rustige stap, ik weet welke zweep ik draag en ik weet de naam van dit paard: Lucas.
Maar dat jaartal 1999, dat herken ik niet.
Voor mijn gevoel is het veel langer geleden.
Neemt de tijd zo'n loop met mij of had achterop de foto 1989 moeten staan?
Ik zoek naar referenties en vind nog een foto van mij met paard in de Bibliotheekkrant van november 1992.
Ik sta op deze foto met Eros, de opvolger van Lucas.
Nu weet ik dat het jaartal op de foto fout is, in elk geval voor wat betreft de opnamedatum.
Ik stel met voldoening vast dat ik een paar fragmenten uit mijn verleden een plek heb kunnen geven.

19 oktober 2014

Blij met Ebola


Nog dagelijks denk ik terug aan een gesprek dat ik enige weken geleden had.
Het gesprek maakte diepe indruk op mij.
Door het van mij af te schrijven hoop ik dat het niet langer door mijn hoofd blijft spoken en er weer ruimte komt voor positievere zaken.
Via de radio hoorden we over de uitbreiding van de ebola-epidemie. 
Dat ontlokte mijn gespreksgenoot de uitspraak, dat dit weliswaar triest was voor de Afrikanen, maar dat het goed was voor de rest van de wereld, omdat het mede zou helpen de groeiende overbevolking te stuiten; de wereld zou immers door de overbevolking ten onder gaan.
Ik was even met stomheid geslagen. 
Wat een uitspraak. 
Het was niet zozeer de stupiditeit van deze uitspraak die mij verbaasde, maar de perversiteit ervan die mij choqueerde.
Uiteindelijk werd ons gesprek toch in alle beleefdheid voortgezet en stelde ik dat het einde van de wereld op meerdere manieren veroorzaakt kan worden, maar het gelijkstellen van  het einde van de mensheid met het einde van de wereld is echter onzin. Als de laatste mens van de aarde is verdwenen, draait de aarde nog vrolijk door, echter als de aarde verdwijnt is daarmee natuurlijk ook de mens verdwenen.
Maar mijn gesprekspartner was stellig van mening dat er te veel mensen op aarde komen en dat daardoor de mensheid zal uitsterven: de groei van de wereldbevolking is een bedreiging voor de wereldbevolking!
Een redenatie die ik niet kan volgen. De redenatie heeft meer een religieus dan een beredeneerd karakter: het is een kwestie van geloven.
Ik zie in de feiten het tegenovergestelde: de wereldbevolking groeit omdat zij kan groeien. 
Van 1 miljard mensen in 1800 naar meer dan 7 miljard mensen op dit moment en groeiprognoses voorspellen dat de groei zich zal doorzetten tot 11 miljard in 2100 en vervolgens zal afvlakken.
Vele malen hebben futurologen voorspeld dat het maximum is bereikt en telkens is de wereldbevolking verder toegenomen en tevens groeide ook de welvaart.
Toch bleef mijn gesprekspartner opperen dat oorlogen en uitbraken van epidemieën een goed remmend effect heeft op de "funeste" aanwas van de wereldbevolking.
Wat moest ik daarop zeggen?
Dat de pestepidemieën tijdens keizer Justicianus met 25 miljoen slachtoffers en de zwarte dood in de middeleeuwen met wellicht 200 miljoen doden bij een veel lagere wereldbevolking, de bevolkingsgroei slechts tijdelijk heeft vertraagd?
Dat de eerste wereldoorlog met 35 miljoen doden en de tweede wereldoorlog met 60 miljoen doden samen met de 1,5 miljoen aid-slachtoffers niet hebben gezorgd voor een afname van de wereldbevolking?
Dat ik desondanks blij moest zijn met een uitbraak van Ebola?
Enkel ontwikkeling van kennis en een eerlijke deelname aan de welvaart zullen leiden tot een stabilisering van de bevolkingsgroei. In heel wat westerse landen (en Japan) is de bevolkingsgroei inmiddels negatief en dat heeft niets te maken met ziekten of rampen.
Ik weet niet wat ik er verder over moet zeggen. 
Het gesprek is voorbij. Mijzelf neem ik kwalijk dat ik veel technocratische argumenten heb gebruikt: Ebola lost niets op, omdat het getalsmatig geen rol speelt, Het juiste argument moet natuurlijk naastenliefde zijn. Mensen zijn ook altijd je broeders en zusters en hun noden zijn onze noden!
Ik heb geprobeerd het verhaal van mij af te schrijven.
Nu maar denken aan leukere dingen . . . .

13 juli 2014

Taart

Gisteren had ik vrienden over de vloer. 
Vrienden uit Nederland waarmee mad. L. en ik een bijzondere band hebben. 
We hebben elkaar leren kennen naar aanleiding van de aankoop van een huis in Frankrijk. 
In Nederland woonden we slechts enkele kilometers bij elkaar vandaan en allebei kochten we een huis in Frankrijk ook slechts enkele kilometers bij elkaar vandaan. 
Op een gegeven moment kwamen op wij op de hoogte van elkaars overeenkomstige activiteit en hieruit ontstond de vriendschap.
Gisteren kwamen ze met een taart op bezoek om met met ons te vieren dat wij op dertien juli 1994 de koopakte voor onze woning in Ornaisons tekenden.
Ik kan niet zeggen dat dat lijkt alsof het gisteren was. 
Het is lang geleden.
Ik stond toen heel wat anders in het leven dan nu. 
Bij het vieren van zo'n gebeurtenis besef ik mij dat pas ten volle.
De dagen glijden voorbij in het slome ritme van een trage golfslag en dat geeft mij het geruststellende gevoel dat er niet veel in mijn leven verandert. 
Echter het herdenken van deze dag, waarop we bij de notaris in Narbonne de koopakte tekenden, geeft toch weer even een andere kijk op het leven!

27 mei 2014

Stil in huis

Samen met mevrouw L. zoon M. op het vliegtuig naar Nederland gezet.
Hiermee sluiten we een periode van ruim een maand bezoek af. (Hiermee verklaar ik tevens waarom ik zo weinig tijd heb genomen om te bloggen).
In drie golven hadden we familie over de vloer en soms verlangden we even naar rust.
Nu ons "hotel" geen gasten meer heeft is de stilte overweldigend en dat maakt ook verdrietig.
Over golven gesproken; met M. meerdere golfbanen bezocht, Falgos in de Pyreneeën en gisteren 18 holes in Carcassonne gelopen.
Als caddy heb ik misschien te weinig aandacht voor het spel en teveel voor de vegetatie.
Nu valt er, door de maaiwoede van de terreinbeheerders, aan de begroeiing van een golfterrein weing spannend te beleven, maar toch waren er uizonderingen.
In Falgos bloeide het bosvogeltje nog enthousiast:
en in Carcassonne, tussen hole veertien en vijftien telde ik meer dan honderd paarse asperge-orchissen op een prachtig beheerd veldje.
Wat blijft zijn dus mooie herinneringen aan veel emotionele dagen . . . . maar het wennen aan de stilte zal nog even duren.

2 november 2013

Thuis


Heel wat jaren hing dit bord boven de eettafel in de keuken op de Ugchelse Berg.
Ik kocht het van een pottenbakker in de Elzas en vond de tekst op mij persoonlijk van toepassing.
Ik neem aan dat iedereen op zoek is naar de plek waar hij thuis is.
Ik heb het gevoel dat ik hem altijd heb gehad, gekregen, gezocht en gevonden.
Na mijn verhuizing naar Frankrijk is het bord te lang verborgen geweest in een verhuisdoos.
Vandaag vond ik het terug.
Hij zal nu dezelfde plek krijgen als in Nederland.

20 september 2013

Dat is even schrikken

Zoonlief vloog gisteren over de Ugchelse Berg en maakte een fotootje van mijn (en ook het zijne) vorige huis dat hij direct naar ons mailde.
Ik schrok er van.
Mijn gedachten zijn niet meer zo veel bezig met het verleden en deze foto brengt even heel scherp vele herinneringen naar voren. Dat geeft een dubbel gevoel.
Aan de ene kant: wat heb ik fantastisch geboft door daar zo lang te hebben kunnen wonen. Tevens de gedachte: heb ik er goed aan gedaan om dat huis met die haard te verlaten?
Aan de andere kant: wat een goed besluit om juist wel te vertrekken, want ik weet nu dat een idyllische ligging geen garantie voor een idylle is. Met het ouder worden is voor mij het leven in een (kleine) gemeenschap belangrijker geworden dan het leven in een bos.....

9 september 2013

Vakantiesouvenirs

Uit de Elzas nam ik een paar dozen wijn mee.
Vakantieherinneringen verbleken meestal door de tijd.
Daarbij komt dat het onmogelijk is om van alle reizen herinneringen in de vorm van ruimtelijke voorstellingen plaats te laten vinden of je wordt gedwongen je oude herinneringen weg te gooien om plaats te maken voor nieuwe.
Wijn vind ik een mooi souvenir.
Door het te bewaren wordt deze vaak mooier en door het te drinken met dierbaren deel je deze herinnering op een mooie wijze.
Ik zal de dagen in de Elzas van de afgelopen week nog vaak herbeleven..... Proost!

14 augustus 2013

Dag trouwe blauwe

Vorig jaar begon de blauwe Picasso kuren te vertonen.
Af en toe hield de motor in. De garage in Oostenrijk was van mening dat het door de hoogte kwam, de garage in Frankrijk vond dat de turbo stuk was. Het ene moment niets aan de hand, dan weer dat vreemde verschijnsel.
Tijd voor iets betrouwbaarders, dus naast de blauwe kwam een witte Picasso.
Nu, na een jaar is de tijd gekomen om afscheid te nemen van de auto die ons zo vaak heen en weer heeft gereden tussen Nederland en Frankrijk.

3 juli 2013

IJskast

Alls ik voor de koelkast sta vraag ik mij ineens af: wanneer kwam de koelkast in huis?
Ik stel mij die vraag, omdat de koelkast in het huishouden van mijn moeder, dus in mijn thuis, een mijlpaal symboliseerde, iets dat revolutionaire betekenis had.
Met de aanschaf van de koelkast splitste de geschiedenis zich in het tijdperk van ervoor en erna.
De koelkast (het apparaat werd thuis overigens consequent als ijskast genoemd, iets wat ik toen heel logisch vond, omdat het ook ijs produceerde in de vorm van kleine kubusjes) kreeg bij ons zijn plekje in 1962, bij elkaar gespaard met punten van Albert Heijn. (Dit jaartal kwam ik via Googlen aan de weet. In dat jaar lanceerde AH de stunt met de koelkast die door middel van spaarpunten van de Premie van de Maandclub kon worden verkregen).
Dagelijks wandelde mijn moeder naar "het pleintje".
Hier waren de slager (1), twee groenteboeren (2), drie kruideniers (3), twee banketbakkers (4) waarvan er een ook brood bakte, de drogisterij (5), de fietsenmaker (7), de sigarenboer (5),  de zuivelwinkel (8), de bloemisterij (9), de manufacturenzaak (11) en op woensdag de bibliotheekbus.
Dit pleintje met zijn winkels staat nog altijd geprägt in mijn geheugen.
Niet alleen ken ik nog alle winkels die er waren (11 zat eerder op 6 en 6 zat om de hoek in een garage), maar ook herinner ik mij in veel gevallen nog de inrichting, de geur, de eigenaardigheden van de uitbaters.
Dat ik dit alles weet komt voor een belangrijk deel door de afwezigheid van een ijskast in huis.
De dagelijkse gang van moeder. werd gestuurd door de dagelijkse behoefte aan verse waar. Vlees, groenten en fruit waren immers aan bederf onderhevig. Thuis werd niet geweckt en blikgroenten werden gewantrouwd. In de kelder lag een voorraad aardappelen en bovenaan de keldertrap hing een gevuld eierrek naast de vliegenkast. De schappen langs de wanden waren leeg, op een enkel blik Delmonte halve perziken op sap na.
Vaak vergezelde ik moeder op haar inkoopronde en zodoende leerde ik wat er omging in een huishouden en  de gebruiken van de lokale middenstand.
Al deze winkeltjes waren nog niet voldoende voor de behoefte van de wijk.
Dagelijks kwamen er venters aan de deur of door de straat.
Aan huis werd het dagelijks brood door de bakker bezorgd. De melkboer bracht de taptemelk en andere zuivel. Op vrijdag was er  de viskar op ratelende wielen. Met paard en wagen kwamen groentenboer en schillenman langs. Ook een bloemenman, met op zijn schouder een grote mand met boeketten, die zijn waar aanprees met een roep die door mij nooit werd verstaan.
Bezemventers en scharensliep waren ook gebruikelijke verschijningen. En verder de ambulante handelaren met gelegenheidsverkoop, kersen of aardbeien, kleedjes en zulks. In de herfst was er de invasie van kolensjouwers in hun leren vesten met zwarte gezichten, soms een orgelman, soms een voddenman, soms een ijsboer in de avond.
Terug naar de ijskast.
Zijn komst maakte het mogelijk om af en toe een inkoop over te slaan.
Vlees werd voor meerder dagen in huis gehaald. De juspan, waarin onder de jus het vlees werd bewaard, verdween uit de voorraadkast.
De planning van de inkopen nam toe, het aanbod veranderde.
De karkassen in de slagerij verdwenen uit de winkel naar achteren, nieuw waren de vleespakketten, nieuw de gekoelde toonbank met uitgestald vlees, gescheiden door groene plastic "heggetjes".
De kruidenier vulde niet langer de boodschappenmand aan de hand van het ingevulde boodschappenboekje, maar er waren vakken, waarlangs je nu zelf met een winkelmandje jouw keuzes kon maken.
Het aantal producten nam toe, vooral bij de kruidenier. Hier werd steeds meer branchevreemde waar aangeboden waardoor andere middenstanders van het pleintje werden weggeconcurreerd. Het werd stiller in de straat, de venters bleven vaker weg.
De ijskast stond aan het begin van een periode van geweldige groei.
Inkomensstijging maakte het mogelijk om op vakantie te gaan, een televisie, een auto te kopen, je kinderen te laten studeren.
Opeens leerden kinderen niet langer van hun ouders, maar werden deze geconfronteerd met hun wereldwijze kinderen. Heel snel ontstond de consumptiemaatschappij. De protesten hiertegen, aan het einde van de jaren zestig door de babyboomers, heeft hieraan niets veranderd.
Ik trek mijn ijskast open om mijzelf een koel glas rosé in te schenken.
Mijn blik gaat over een keur aan levensmiddelen en met de plof, waarmee de deur zich sluit, besef ik dat dit apparaat mijn jeugd plots in een andere tijd deed overgaan.