Gisteravond ontvingen we een overlijdensbericht.
Vandaag gewandeld door Girona.
Veel gezien en veel bekeken.
Onderwijl spraken mevr. L. en ik over de planning voor de komende dagen.
We besloten de hond in de kennel te laten en morgen naar Nederland te vertrekken met een overnachting in de buurt van Metz.
Doorrijden naar NL en twee nachten boeken in een hotel bij Loenen.
Op zaterdag naar de begrafenis en zondag de 1300km in een ruk naar huis te rijden.
Nu hopen dat er geen sneeuw of regen komt.
Posts tonen met het label Dood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dood. Alle posts tonen
20 januari 2016
28 juli 2015
Wat is nog nieuws?
Om niet helemaal van de wereld vervreemd te raken ben ik een trouw volger van het nieuws en lees dagelijks minstens een krant.
Meestal kan ik na een uurtje het meeste nieuws niet reproduceren als mij wordt gevraagd wat er in de wereld is gebeurd.
Mijn antwoord is in de trant van: "Een omgevallen vrachtwagen bij Eindhoven # een OvJ wordt beschuldigd van het bezit van kinderporno # IS is een gevoelige slag toegebracht # bij de Filipijnen is een veerboot omgeslagen en 400 opvarenden worden vermist # Griekenland komt in aanmerking voor extra noodhulp # in Oude-Pekela is een automobilist van de weg geraakt en heeft een kanovaarder overreden."
Dit laatste weet ik meestal het beste te onthouden.
Een voorbeeld.
Dit bericht is mij bijgebleven.
Mijn eerste reactie was er een van stomme verbazing.
Nadat ik had opgezocht wie deze herdenking betrof is die verbazing niet verdwenen.
Herdenken wordt steeds meer op de plaats van overlijden gedaan.
De mini-monumentjes langs wegen getuigen daarvan. Kennelijk is het gebruik om iemand te memoreren tijdens de uitvaart of, zoals hier nog vaak wordt gedaan, door na een jaar van overlijden een herdenkingsdienst in een kerk bij te wonen.
Bedenk allerlei vormen van rouw, maar deze herdenking, door achter een scherm, langs een snelweg de dader samen met de slachtoffers van dood door schuld te herdenken blijf ik onbegrijpelijk en idioot vinden. Zeker als ik bedenk dat hiermee overheidsgeld en behoorlijke verkeershinder is gemoeid.
Het moet niet gekker worden!
Meestal kan ik na een uurtje het meeste nieuws niet reproduceren als mij wordt gevraagd wat er in de wereld is gebeurd.
Mijn antwoord is in de trant van: "Een omgevallen vrachtwagen bij Eindhoven # een OvJ wordt beschuldigd van het bezit van kinderporno # IS is een gevoelige slag toegebracht # bij de Filipijnen is een veerboot omgeslagen en 400 opvarenden worden vermist # Griekenland komt in aanmerking voor extra noodhulp # in Oude-Pekela is een automobilist van de weg geraakt en heeft een kanovaarder overreden."
Dit laatste weet ik meestal het beste te onthouden.
Een voorbeeld.
Dit bericht is mij bijgebleven.
Mijn eerste reactie was er een van stomme verbazing.
Nadat ik had opgezocht wie deze herdenking betrof is die verbazing niet verdwenen.
Herdenken wordt steeds meer op de plaats van overlijden gedaan.
De mini-monumentjes langs wegen getuigen daarvan. Kennelijk is het gebruik om iemand te memoreren tijdens de uitvaart of, zoals hier nog vaak wordt gedaan, door na een jaar van overlijden een herdenkingsdienst in een kerk bij te wonen.
Bedenk allerlei vormen van rouw, maar deze herdenking, door achter een scherm, langs een snelweg de dader samen met de slachtoffers van dood door schuld te herdenken blijf ik onbegrijpelijk en idioot vinden. Zeker als ik bedenk dat hiermee overheidsgeld en behoorlijke verkeershinder is gemoeid.
Het moet niet gekker worden!
26 juni 2014
Aftakas
Gisteren maakte mijn buurman een domme fout met zijn tractor door deze te starten zonder te beseffen dat de hefinrichting was ingeschakeld. Achter de tractor was een spuitwagen gekoppeld en de heffing tilde deze via de aftakas op: aftakas verbogen.
Buurman ging werkelijk uit zijn dak van woede, dit is de tijd waarin van alles in de wijngaarden moet gebeuren en het is voor hem hollen en vliegen van de vroege morgen tot de late avond (daar tussen wel een flinke siësta).
Samen met hem de halve ochtend gewerkt om de aftakas weer recht te krijgen.
Thuis vertelde ik wat een achterlijke toestand het hier is omdat ik meer dan veertig jaar geleden tijdens mijn stages van de Landbouwschool, nooit een aftakas zonder beschermkap ben tegengekomen. "Het is vragen om ongelukken!" zei ik als laatste.
Vanmorgen zou ik mijn hond bij de buurman brengen en hij zou er de komende tij voor zorgen want ik ga naar Nederland.
Echter..... op dat moment werd in de wijngaard mijn buurman door zijn aftakas gegrepen.
Zo'n lullig koordje dat uit de zoom van een regenjack komt wikkelde zich razendsnel om de as en trok de man over de as.
Het is een pezige, ijzersterke vent en het lukte hem zich te redden.
Echter niet zonder vleeswonden aan beide bovenarmen en borst en enige gebroken ribben.
Het is meestal een dodelijk ongeluk en de buurman beseft zich dat terdege.
Inmiddels loopt hij alweer rond, maar de aftakas is nog steeds onbeschermd!
Buurman ging werkelijk uit zijn dak van woede, dit is de tijd waarin van alles in de wijngaarden moet gebeuren en het is voor hem hollen en vliegen van de vroege morgen tot de late avond (daar tussen wel een flinke siësta).
Samen met hem de halve ochtend gewerkt om de aftakas weer recht te krijgen.
Thuis vertelde ik wat een achterlijke toestand het hier is omdat ik meer dan veertig jaar geleden tijdens mijn stages van de Landbouwschool, nooit een aftakas zonder beschermkap ben tegengekomen. "Het is vragen om ongelukken!" zei ik als laatste.
Vanmorgen zou ik mijn hond bij de buurman brengen en hij zou er de komende tij voor zorgen want ik ga naar Nederland.
Echter..... op dat moment werd in de wijngaard mijn buurman door zijn aftakas gegrepen.
Zo'n lullig koordje dat uit de zoom van een regenjack komt wikkelde zich razendsnel om de as en trok de man over de as.
Het is een pezige, ijzersterke vent en het lukte hem zich te redden.
Echter niet zonder vleeswonden aan beide bovenarmen en borst en enige gebroken ribben.
Het is meestal een dodelijk ongeluk en de buurman beseft zich dat terdege.
Inmiddels loopt hij alweer rond, maar de aftakas is nog steeds onbeschermd!
21 april 2014
Stand.nl
Vandaag beluisterde ik het radioprogramma Stand.nl.
Er wordt een stelling geponeerd en luisteraars worden uitgenodigd hierop te reageren.
Praatprogramma's zoals deze zijn er steeds meer.
In de studio zit een presentator achter de microfoon met een telefoon; een makkelijke en vooral goedkope oplossing om zendtijd te vullen.
Op televisie zijn ook steeds meer Rondom-10-achtige programma's.
Mensen willen duidelijk steeds meer gehoord en gezien worden.
Wel vreemd dat de helft van het volk nalaat naar de stembus te gaan als hun stem er echt toe doet; of zijn dat juist de mensen die zich het liefst in deze programma's roeren?
Enfin, vandaag in Stand.nl de stelling dat Nederland doorslaat op het gebied van dierenwelzijn.
De helft van de reacties was het met de stelling eens.
Waarschijnlijk allemaal varkensvleesconsumenten die het onzin vinden dat het couperen van de staarten, van de meer dan 12.000.000 varkens die in Nederland worden gehouden, tegenwoordig onder verdoving moet plaatsvinden.
Ik heb zelf een stageperiode in de bio-industrie gewerkt. Elke dieronvriendelijke maatregel die ik daar tegenkwam werd ingegeven door economische motieven. Elke diervriendelijke maatregel die werd ingevoerd, was veroorzaakt door druk van buitenaf.
Kennelijk is het voor de helft van de Nederlanders nu voldoende: de legkippen in de batterijen hebben plezier, de plofkippen zakken vrolijk door hun poten, de nauw opgehokte mestvarkens in verduisterde stallen vermaken zich uitstekend, de in vijf jaar leeggemolken melkkoeien trekken blij publiek als deze scharminkels in de lente de winterstal verlaten.
Zo is het goed, denkt de helft van de Nederlanders: we slaan door op het gebied van dierenwelzijn!
Terwijl ik stop bij een zojuist doodgereden marter moet ik aan dit alles denken.
Zou die andere helft van de Nederlanders graag een monumentje voor dit dooie beest langs de weg willen plaatsen?
Dan zie ik dat er voor de marter een poot van een patrijs ligt; zijn laatste prooi.
Zo zie je maar, de een zijn dood, de ander zijn brood.
Met genoegen constateer ik dat deze marter op het fatale moment wel iets smakelijks in de bek had....het is hem gegund!
Er wordt een stelling geponeerd en luisteraars worden uitgenodigd hierop te reageren.
Praatprogramma's zoals deze zijn er steeds meer.
In de studio zit een presentator achter de microfoon met een telefoon; een makkelijke en vooral goedkope oplossing om zendtijd te vullen.
Op televisie zijn ook steeds meer Rondom-10-achtige programma's.
Mensen willen duidelijk steeds meer gehoord en gezien worden.
Wel vreemd dat de helft van het volk nalaat naar de stembus te gaan als hun stem er echt toe doet; of zijn dat juist de mensen die zich het liefst in deze programma's roeren?
Enfin, vandaag in Stand.nl de stelling dat Nederland doorslaat op het gebied van dierenwelzijn.
De helft van de reacties was het met de stelling eens.
Waarschijnlijk allemaal varkensvleesconsumenten die het onzin vinden dat het couperen van de staarten, van de meer dan 12.000.000 varkens die in Nederland worden gehouden, tegenwoordig onder verdoving moet plaatsvinden.
Ik heb zelf een stageperiode in de bio-industrie gewerkt. Elke dieronvriendelijke maatregel die ik daar tegenkwam werd ingegeven door economische motieven. Elke diervriendelijke maatregel die werd ingevoerd, was veroorzaakt door druk van buitenaf.
Kennelijk is het voor de helft van de Nederlanders nu voldoende: de legkippen in de batterijen hebben plezier, de plofkippen zakken vrolijk door hun poten, de nauw opgehokte mestvarkens in verduisterde stallen vermaken zich uitstekend, de in vijf jaar leeggemolken melkkoeien trekken blij publiek als deze scharminkels in de lente de winterstal verlaten.
Zo is het goed, denkt de helft van de Nederlanders: we slaan door op het gebied van dierenwelzijn!
Terwijl ik stop bij een zojuist doodgereden marter moet ik aan dit alles denken.
Zou die andere helft van de Nederlanders graag een monumentje voor dit dooie beest langs de weg willen plaatsen?
Dan zie ik dat er voor de marter een poot van een patrijs ligt; zijn laatste prooi.
Zo zie je maar, de een zijn dood, de ander zijn brood.
Met genoegen constateer ik dat deze marter op het fatale moment wel iets smakelijks in de bek had....het is hem gegund!
26 juni 2012
Rouw
Een familielid, een goede vriend en een goede kennis.
Er is gebeld, gemaild.
Op zulke momenten is mijn vaderland erg ver weg.
Een brief schrijven, papieren troost willen bieden.
Lastige momenten die ik niet had voorzien.
Ik merk tegelijk dat rouwen tegenwoordig heel verschillende vormen kent.
Met het verlaten van het bekende tradities, wordt gezocht naar nieuwe vormen die uiteindelijk weer heel veel lijken op wat vertrouwd was.
Hopenlijk werkt dat.
19 mei 2012
Stil
Vandaag bezocht ik voor de derde maal mijn buurman en vriend Etienne om hem te condoleren met het verlies van een familielid.
De eerste keer betrof het een schoonzoon, vervolgens een kleinzoon en vandaag overleed een zoon van hem.
Het is hartverscheurend om mee te maken hoeveel verdriet onze buren in korte tijd moeten verwerken.
Eenmaal buiten realiseer ik mij eens temeer dat elke dag er een is die geleefd moet worden.
Het is een cliché, maar oh zo waar.
De eerste keer betrof het een schoonzoon, vervolgens een kleinzoon en vandaag overleed een zoon van hem.
Het is hartverscheurend om mee te maken hoeveel verdriet onze buren in korte tijd moeten verwerken.
Eenmaal buiten realiseer ik mij eens temeer dat elke dag er een is die geleefd moet worden.
Het is een cliché, maar oh zo waar.
2 augustus 2011
Marcus 8:36
Ik was gewaarschuwd dat hij stervende was.
De volgende dag, vandaag, op de fiets naar hem toe.
Het is ruim twee maanden geleden dat ik voor het laatst met hem had gesproken. Dat was nu niet meer mogelijk, van ons tweeën was ik de enige die sprak.
Dus praatte ik maar over van alles en nog wat.
Ik vertelde hem onder andere dat ik wel wist dat hij nog leefde, maar dat ik niet wist of hij mij verstond....net zoiets als geloven in God....al geloof je, dan weet je nog niet of er wel naar je geluisterd wordt.
Zijn ademhaling werd langzamer.
Ik keek eens om mij heen.
Daar lag zijn Nikon van zeker zevenduizend euro's, daar zijn ipad en iphone, daar stonden zijn manshoge elektrostatische speakers, een salontafel vol afstandsbedieningen, hij was omringd door moderne elektronica.
"H. je bent een echte gadgeteer, vous êtes gadgeteux!", zei ik met een knipoog tegen hem, "daar lig je dan, omringd door alles wat je zo graag wilde hebben en nu knijp je er tussenuit".
Ik dacht aan het opschrift op het kruisbeeld voor de pelgrimskerk van Thierenbach.
Hij stopte met ademhalen ..... hij stierf.
Ik sloot zijn ogen.
Vredig, negenenzestig jaar, te jong, maar vredig.
En zijn ziel nu onbewaakt,
Zal op eigen wieken zweven,
Om in het wonder van de nacht
Innig en oneindig lang te leven!
De volgende dag, vandaag, op de fiets naar hem toe.
Het is ruim twee maanden geleden dat ik voor het laatst met hem had gesproken. Dat was nu niet meer mogelijk, van ons tweeën was ik de enige die sprak.
Dus praatte ik maar over van alles en nog wat.
Ik vertelde hem onder andere dat ik wel wist dat hij nog leefde, maar dat ik niet wist of hij mij verstond....net zoiets als geloven in God....al geloof je, dan weet je nog niet of er wel naar je geluisterd wordt.
Zijn ademhaling werd langzamer.
Ik keek eens om mij heen.
Daar lag zijn Nikon van zeker zevenduizend euro's, daar zijn ipad en iphone, daar stonden zijn manshoge elektrostatische speakers, een salontafel vol afstandsbedieningen, hij was omringd door moderne elektronica.
"H. je bent een echte gadgeteer, vous êtes gadgeteux!", zei ik met een knipoog tegen hem, "daar lig je dan, omringd door alles wat je zo graag wilde hebben en nu knijp je er tussenuit".
Ik dacht aan het opschrift op het kruisbeeld voor de pelgrimskerk van Thierenbach.
Hij stopte met ademhalen ..... hij stierf.
Ik sloot zijn ogen.
Vredig, negenenzestig jaar, te jong, maar vredig.
En zijn ziel nu onbewaakt,
Zal op eigen wieken zweven,
Om in het wonder van de nacht
Innig en oneindig lang te leven!
24 juli 2011
Christen extremist
Op de Franse televisie verneem ik het tragische nieuws over de moordpartijen in Noorwegen.
De nieuwslezers spreken over een rechtse extremist en zullen dat ook de volgende dagen blijven doen.
Toch even de wereldomroep beluisterd en via internet wat Nederlandse kranten ingekeken. Daar wordt de Noor omschreven als een rechtse christen extremist, die naar alle waarschijnlijkheid gestoord is. Ook wordt in elk bericht vermeld dat hij maximaal "slechts" vijfentwintig jaar gevangenisstraf kan krijgen.
Steeds vaker vallen mij belangrijke verschillen op tussen de wijze waarop het nieuws wordt gepresenteerd in Frankrijk en Nederland.
In Frankrijk is de scheiding tussen kerk en staat volkomen.
In Nederland kan de Staat moeilijk afscheid nemen van de rol die de religie binnen de politiek blijft innemen.
Is het daarom dat de Noorse misdadiger meteen ook religieus geduid wordt en dat er vooral bij vermeld wordt dat deze waanzinnige daad enkel door een gestoorde gepleegd kan worden?
Moslimextremisten plegen hun daden vanuit een religieus fanatisme wordt mij steeds voorgehouden, maar als een christenfundamentalist dat doet, dan is hij gestoord.
Dat het continu voeden van angsten mensen tot zulke daden brengt is het meest beangstigend!
Het is te hopen dat de analyse van de weg die deze dader heeft afgelegd voordat hij tot zijn daden kwam, de bange westerse wereld een beetje zal helpen om te kunnen inzien dat iedereen een beetje verschillend is en dat dat niet iets is om bang voor te zijn, want angst is immers een slechte raadgever!
De nieuwslezers spreken over een rechtse extremist en zullen dat ook de volgende dagen blijven doen.
Toch even de wereldomroep beluisterd en via internet wat Nederlandse kranten ingekeken. Daar wordt de Noor omschreven als een rechtse christen extremist, die naar alle waarschijnlijkheid gestoord is. Ook wordt in elk bericht vermeld dat hij maximaal "slechts" vijfentwintig jaar gevangenisstraf kan krijgen.
Steeds vaker vallen mij belangrijke verschillen op tussen de wijze waarop het nieuws wordt gepresenteerd in Frankrijk en Nederland.
In Frankrijk is de scheiding tussen kerk en staat volkomen.
In Nederland kan de Staat moeilijk afscheid nemen van de rol die de religie binnen de politiek blijft innemen.
Is het daarom dat de Noorse misdadiger meteen ook religieus geduid wordt en dat er vooral bij vermeld wordt dat deze waanzinnige daad enkel door een gestoorde gepleegd kan worden?
Moslimextremisten plegen hun daden vanuit een religieus fanatisme wordt mij steeds voorgehouden, maar als een christenfundamentalist dat doet, dan is hij gestoord.
Dat het continu voeden van angsten mensen tot zulke daden brengt is het meest beangstigend!
Het is te hopen dat de analyse van de weg die deze dader heeft afgelegd voordat hij tot zijn daden kwam, de bange westerse wereld een beetje zal helpen om te kunnen inzien dat iedereen een beetje verschillend is en dat dat niet iets is om bang voor te zijn, want angst is immers een slechte raadgever!
19 juni 2011
Verdriet
De afgelopen dagen zijn twee van onze vrienden overleden.
Het meest onthutsende bericht kwam vandaag uit Frankrijk, waar plotseling onze buurman is gestorven.
Jean-Claude was een beer van een vent die zich verheugde op zijn pensioen en op onze komst, nu als permanente bewoners, naar zijn dorp.
Altijd opgewekt, altijd een helpende hand, een advies, een grapje.
Het is nu werkelijk even heel stil in mij......
Het meest onthutsende bericht kwam vandaag uit Frankrijk, waar plotseling onze buurman is gestorven.
Jean-Claude was een beer van een vent die zich verheugde op zijn pensioen en op onze komst, nu als permanente bewoners, naar zijn dorp.
Altijd opgewekt, altijd een helpende hand, een advies, een grapje.
Het is nu werkelijk even heel stil in mij......
6 november 2010
Allerzielen
Begin november is een gepast moment om de doden nog eens aandacht te geven.
Wij deden dat vandaag.
Zo kwamen we op het kerkhof van Hattem.
Canadese ganzen vlogen over en verder was het stil.
Het kerkhof oogde zoals een gereformeerd kerkhof op de Veluwe nu eenmaal oogt: somber.
Hier is niets te vinden van de uitbundige bloemenhulde die nog in vele roomse streken wordt gebracht op Allerzielen.
Nee, de enige versiering op dit kerkhof zijn de kleurrijke herfstbladeren die de graven nog wat fleur geven.
Kennelijk te uitbundig: hier en daar waren weduwen doende de graven van hun dierbaren te ontdoen van deze aardse wulpsigheid.
Ze waren pas tevreden als het grijs van de zerken weer net zo grijs was als de hemel erboven.
Wij deden dat vandaag.
Zo kwamen we op het kerkhof van Hattem.
Canadese ganzen vlogen over en verder was het stil.
Het kerkhof oogde zoals een gereformeerd kerkhof op de Veluwe nu eenmaal oogt: somber.
Hier is niets te vinden van de uitbundige bloemenhulde die nog in vele roomse streken wordt gebracht op Allerzielen.
Nee, de enige versiering op dit kerkhof zijn de kleurrijke herfstbladeren die de graven nog wat fleur geven.
Kennelijk te uitbundig: hier en daar waren weduwen doende de graven van hun dierbaren te ontdoen van deze aardse wulpsigheid.
Ze waren pas tevreden als het grijs van de zerken weer net zo grijs was als de hemel erboven.
18 september 2010
16 juni 2010
Het haasje
Het leek wel oorlog vandaag. Met ingang van 15 juni kunnen de boeren volop gaan hooien in graslanden die als weidevogelgrond zijn aangewezen. Ik was in Arkenheem en ook daar raasden de traktoren met drie maaibalken in volle vaart over de weiden.
Over drijfjachten is veel te doen geweest, emoties liepen hoog op. Wel, dit heeft een iets grotere impact dan een drijfjachtje. Overal renden de hazen om mij heen, wulpen, tureluurs, grotto's en kievitten liepen verdwaasd in het rond. Op diverse plekken lagen al aangereden dieren op de bedrijfswegen.
Zo stond ik verbaasd om mij heen te kijken in Arkenheem. Het leek wel het paradijs, maar als je net iets verder keek dan de lengte van je neus dan zag je de tragiek die het gevolg is van de moderne bedrijfsvoering van de boeren.
Gelukkig zijn er nog terreintjes van Staatsbosbeheer waar het nog even veilig is.
4 juni 2010
Groene zandloopkever
Zo langzamerhand komen er steeds minder wandelaars in het bos, maar daartegenover staat dat het aantal mountainbikers fors is toegenomen.Veel paden zijn hierdoor uiterlijk sterk veranderd; van brede wandelpaden in smalle "fiets-wissels".
Voor mij liep een groene zandloopkever over zo'n paadje. Terwijl ik hem volgde viel mij op dat heel wat kevers het loodje hadden gelegd; ze waren plat gereden. Over een afstand van tien meter telde ik achttien dode kevers.
Dat zou betekenen dat er op een mountainbike-route van 100 kilometer bijna twee miljoen dode kevers liggen.
Toen ik verder wandelde vroeg ik mij al rekenend af hoelang zo'n kever als kever zichtbaar dood op zo'n pad ligt. Is dat een dag of zijn dat weken. De grootheid van het getal wordt daarmee bijna niets zeggend, echter de dreiging van de dood vanuit het perspectief van de individuele kever blijft. Hoeveel kevers betalen met hun leven voor de sportieve prestatie van de actieve buitensporter, want de tragiek van de individuele kever is natuurlijk niet meetbaar.
20 maart 2010
Sijsje
Of ik dat vogeltje op het terras even wilde opruimen, want anders gaat de hond ermee spelen.Even later sta ik naar zo'n dood vogeltje in mijn hand te kijken, voordat 'ie met een grote boog (zijn laatste vlucht) in de bamboestruiken zal landen.
Een beetje bloed aan het snaveltje; dus vond hij zijn dood tegen het vensterraam.
Ik betrap mij erop dat het mij een beetje triest maakt en dit versnelt mijn handelen, wat een onzin immers, probeer ik groots te denken.
14 maart 2010
Jean Ferrat
Gisteren overleed Jean Ferrat. Ik draai opnieuw zijn muziek en sta weer versteld hoe hij het mooiste chanson over de grootste gruwel kon maken en zingen.
Brel, Brassens en nu Ferrat.....
Ils étaient vingt et cent, ils étaient des milliers
Nus et maigres, tremblants, dans ces wagons plombés
Qui déchiraient la nuit de leurs ongles battants
Ils étaient des milliers, ils étaient vingt et cent
Ils se croyaient des hommes, n'étaient plus que des nombres
Depuis longtemps leurs dés avaient été jetés
Dès que la main retombe il ne reste qu'une ombre
Ils ne devaient jamais plus revoir un été
La fuite monotone et sans hâte du temps
Survivre encore un jour, une heure, obstinément
Combien de tours de roues, d'arrêts et de départs
Qui n'en finissent pas de distiller l'espoir
Ils s'appelaient Jean-Pierre, Natacha ou Samuel
Certains priaient Jésus, Jéhovah ou Vichnou
D'autres ne priaient pas, mais qu'importe le ciel
Ils voulaient simplement ne plus vivre à genoux
Ils n'arrivaient pas tous à la fin du voyage
Ceux qui sont revenus peuvent-ils être heureux
Ils essaient d'oublier, étonnés qu'à leur âge
Les veines de leurs bras soient devenues si bleues
Les Allemands guettaient du haut des miradors
La lune se taisait comme vous vous taisiez
En regardant au loin, en regardant dehors
Votre chair était tendre à leurs chiens policiers
On me dit à présent que ces mots n'ont plus cours
Qu'il vaut mieux ne chanter que des chansons d'amour
Que le sang sèche vite en entrant dans l'histoire
Et qu'il ne sert à rien de prendre une guitare
Mais qui donc est de taille à pouvoir m'arrêter ?
L'ombre s'est faite humaine, aujourd'hui c'est l'été
Je twisterais les mots s'il fallait les twister
Pour qu'un jour les enfants sachent qui vous étiez
Vous étiez vingt et cent, vous étiez des milliers
Nus et maigres, tremblants, dans ces wagons plombés
Qui déchiriez la nuit de vos ongles battants
Vous étiez des milliers, vous étiez vingt et cent
12 februari 2010
Een heilig besluit
Op 15 januari kwam er een einde aan de 44-delige hoorspelserie Bommel van de NPS.
Goed dat het werk van Marten Toonder weer voor het voetlicht kwam, alhoewel de handelsprijzen van zijn boeken aantonen dat er nog steeds een grote belangstelling voor zijn oeuvre is.
Omdat er deze week in de media veel aandacht werd gegeven aan het voltooide leven en hoe hiermee wordt omgegaan moest ik weer aan Marten Toonder denken.
Al bij zijn leven was duidelijk dat Marten Toonder in zijn schepping van Olie B. Bommel en diens trouwe metgezel Tom Poes, zijn dood royaal zou overleven. Maar dat maakte voor hem het laatste traject niet veel begaanbaarder. Na 35 jaar in Ierland gewoond te hebben, woonde hij tot zijn overlijden in 2005 in een klein tweekamerappartement in het Rosa Spierhuis in Laren. Het leven liet hem geen andere keus. Langzaam maar zeker liet zijn lichaam hem in de steek. Tweemaal was hij getrouwd, beide vrouwen en ook zijn vier kinderen zijn ontvielen hem. In een gesprek dat geen einde kende, sprak Marten Toonder in 2003 met Hans van Dam over het leven, de geest, veroudering, onthechting, eenzaamheid en de treuzelende dood. En over wat hij het meest vanzelfsprekend noemde: op een zelfgekozen moment te mogen sterven.
‘Boeddha zei: je moet onthechten. Ik heb dat altijd een heel strenge eis gevonden. Zoiets als: gij zult niet doden, hoewel dat laatste gemakkelijker is. Met het ouder worden, ontdekte ik tot mijn verbazing dat onthechting geen inspanning vraagt, maar vanzelf gaat. Je onthecht, punt. Je moet er aan geloven. Het gebeurt, of je het wilt of niet. In die zin moet je inderdaad onthechten. Dat gebeurt als je maar oud genoeg wordt. Ik ervaar dat dagelijks. Je daden, je werk, je bezittingen, ze doen er steeds minder toe. Op een zeker moment zijn ze zelfs een sta in de weg en moeten ze letterlijk weg. Ze hebben hun tijd gehad.
Tegelijkertijd is dit maar de helft van het verhaal. Want die onthechting is onthechting aan stof, aan materie. En onthechting vindt plaats om vrijheid van geest te krijgen. De geest heeft z’n tijd nooit gehad. Integendeel: de geest groeit zich vrij. Vrij van materie, van stof, van het lichaam waar de geest tijdens het leven aan is gebonden.
Dit denken is bepaald niet eigen aan onze tijd. Alom is er verkrampte hechting aan stof. Aan geld, verworvenheden, prestaties, curriculum, bezit. En aan het lichaam. Men zou het lichaam wel honderd of duizend jaar willen laten worden. Alsof het stoffelijke alles is. Ik bepleit geen verwaarlozing van het lichaam, maar onderstreep dat materie niet het hele bestaan is. Al het stoffelijke vergaat. Ook wat zichzelf lang overleeft: de Nachtwacht van Rembrand, een symfonie van Beethoven, het werk van Kafka. Maar niet de geest. Geest is: wat iemand of iets zegt, uitdrukt, overbrengt. Ook de woorden die nu hier staan. Omdat mensen die inhoud doorgeven. Ongeweten meestal, maar daarom misschien des te krachtiger. Een verhaal, een schilderij, een muziekstuk, een woord, een blik maakt een afdruk in de geest. En die afdruk doet iets met mensen. Bijvoorbeeld net een fractie anders kijken en daardoor anders beslissen en anders doen. Hierin wordt de wereld een fractie anders. En met die fractie als geheel iets anders. Iets menselijker of onmenselijker, iets vreedzamer of vijandiger, iets leefbaarder of onleefbaarder.
‘Die tweedeling in stof en geest vind ik wezenlijk. Wij scharrelen rond in een materiële wereld die hard en onbegrijpelijk is en die wij als de ware beschouwen. In die werkelijkheid verliezen wij dierbaren. Mensen die je hebben aangezien met een blik voor de eeuwigheid. Zij worden herinnering. Je mist hen vreselijk, je verdere leven lang. In mijn geval met nadruk op lang. Daar heb je weet van, omdat je hersens, je stof, je voortdurend doen herinneren. Het alleen zijn is het probleem niet, maar de afwezigheid van mensen die je begrijpen; mensen die we in de gauwigheid geestverwanten hebben genoemd. Die eenzaamheid ervaar ik dagelijks.
Een reeks mensen die ik heb gekend zijn overleden. Sommigen mis ik niet of niet meer. Maar anderen vergeet ik nooit. Wat ze hebben gezegd, gedaan en bedoeld, krijgt steeds meer betekenis. Hierin ervaar ik die andere waarheid, namelijk dat het feit dat iemand er niet meer is niet de laatste waarheid is. Want het leven met die ander heeft ons mede gemaakt tot wie we zijn. Onze geest heeft er iets van opgestoken. In positieve en negatieve zin. En dát heeft blijvende waarde, die zich uitdrukt in wat je tijdens je leven doet en laat, in wat je als taak ziet. En nu kom ik bij de dood. Want die taak kan voltooid zijn. Er is gedaan wat moest gedaan. De geest – je “zelf” – is niet meer gebonden aan de taak waar het lichaam voor nodig was en maakt zich los. Onthechting dus. En in de vrijheid tot sterven die dan ontstaat, kan het stoffelijke leven te lang gaan duren.
Dat is precies wat ik ervaar. Mijn leven is voltooid. Ook al schrijf ik nog aan een boek. Ik heb gedaan wat ik wilde doen. Ik heb op mijn manier geprobeerd om in mijn leven en werk iets bij te dragen aan een leefbaardere wereld. Mijn voetafdrukken staan in mijn verhalen. De opdracht die ik voor mezelf heb gezien, is klaar. Toch ben ik hier nog en dat moet een misverstand zijn. Ik ben negentig en bezig om tot stof te vergaan. Ik ben mijn werk voorbij en al mijn dierbaren zijn mij voorgegaan. Zeker, ik heb kleinkinderen. Het contact met hen is goed, maar hun wereld is de mijne niet. De cirkel is al lang rond en het ergert me dat de consequentie hiervan uitblijft. De dood komt, ik weet het, maar ik vind wel dat die erg lang treuzelt.
‘Godsdienstige verhalen hebben om de dood een web van angst geweven. Die verhalen hebben op mij geen vat. Ze zouden dat hebben als er na de dood een hel was, of een hemel en ik weet eerlijk gezegd niet wat erger is. Voor mij is de dood niet afschrikwekkend, maar een natuurlijk sluitstuk van het leven. Hier loopt onthechting op uit. Veroudering is onthechting. En onthechting is sterven. En sterven doe je zelf. Sterven is een act, een daad. Daarom is het pleidooi van Huib Drion om oude mensen het recht te geven te beschikken over een middel om op een zelfgekozen moment te sterven, veel meer dan een mening. Het is een poging om vrijheid te geven aan de geest. Dat is: die niet te binden waar die, onder dank voor bewezen diensten, van ons stoffelijk bestaan losraakt. Een vrijheid dus waarin de dood een plaats krijgt, waarin de dood voor iemand doodgewoon mag zijn. Een vrijheid waarin een mens moet kunnen zeggen dat het genoeg is en daar consequenties aan mag verbinden. Die vrijheid is er nu niet.
Mensen kooien elkaar in geboden en verboden. Zelfs, of sterker nog, juist in dit zo heel persoonlijke, in dit meest eigene: het sterven. Veertigers weten precies wat ik moet denken en vooral dat ik moet leven. In hun verzet tegen wat “de pil van Drion” is gaan heten, zeggen mensen dat daarmee ouderen worden geminacht. Maar precies die uitspraak is een minachting van ouderen. Zij getuigt van niet luisteren en daarin van een gevaarlijk onbegrip. Hier ligt de bedding voor de moderne bevoogding, uitmondend in “gij zult leven”. Als diezelfde veertigers werkelijk zouden luisteren naar oude mensen, dan zouden de woorden hen in de keel blijven steken. Gevangen in de verhalen van de angst blokkeren zij de natuurlijke uitgang van het leven. Dat is absurd en onverdraaglijk. Maar ook tragisch: men keert zich tegen de mensen voor wie men zegt op te komen. In dit klimaat is – de euthanasiewet ten spijt – in tien, vijftien jaar tijd een sprong achterwaarts gemaakt. Mijn broer had dubbele kanker: in de hersenen en in de longen. Op een dag ging hij naar zijn huisarts en zei dat het niet verder ging. Hij keerde huiswaarts met een doosje pillen waarmee hij kon sterven. En zo gebeurde het vaker. Nu is het niet goed dat mensen in hun sterven afhankelijk zijn van helden die de moed hebben deze normale hulp te geven. Die hulp moet gewoon beschikbaar zijn, zoals Drion voorstaat.
‘Het beschikken over een veilig dodelijk middel zou mij zeer geruststellen. Nogmaals, ik ben negentig en bezig tot stof te vergaan. Mijn lichaam is bezig mij lelijk in de steek te laten. Een bitter einde gluurt om de hoek. In de onthechting aan materie rijpt de geest tot de laatste onthechting: die van het lichaam. In die eerbiediging is waar we nu over praten, het pleidooi van Drion, het minst belangrijke omdat het het meest voor de hand liggende is. Het zou heel gewoon moeten zijn dat de ene mens de ander het recht geeft om zichzelf het bittere einde te besparen. Dat betekent dat de middelen hiertoe beschikbaar moeten zijn. En dat de gemeenschap zo’n besluit ook draagt, in die zin dat ik er van op aan moet kunnen dat ik hulp krijg als zo’n middel onvoldoende werkt, bijvoorbeeld omdat het sterven alsnog een martelgang wordt of ik zelfs dreig te overleven in erbarmelijke toestand. Met minder dan deze omkering kunnen we niet toe. Het besluit dat het genoeg is, is een Heilig Besluit, met hoofdletters. Als een mens zegt dat het genoeg is, is het genoeg. Of het nu om ziekte of ouderdom gaat. Het gaat hier om het laatste en tegelijk meest eigene, tere, intieme besluit dat een mens kan nemen: dat over zijn bloedeigen, materiële leven. Vrijheid te leven reikt tot in het sterven. Mensen moeten elkaar het licht in de ogen gunnen, ook als iemand de ogen voorgoed wil sluiten.’
Goed dat het werk van Marten Toonder weer voor het voetlicht kwam, alhoewel de handelsprijzen van zijn boeken aantonen dat er nog steeds een grote belangstelling voor zijn oeuvre is.
Omdat er deze week in de media veel aandacht werd gegeven aan het voltooide leven en hoe hiermee wordt omgegaan moest ik weer aan Marten Toonder denken.
Al bij zijn leven was duidelijk dat Marten Toonder in zijn schepping van Olie B. Bommel en diens trouwe metgezel Tom Poes, zijn dood royaal zou overleven. Maar dat maakte voor hem het laatste traject niet veel begaanbaarder. Na 35 jaar in Ierland gewoond te hebben, woonde hij tot zijn overlijden in 2005 in een klein tweekamerappartement in het Rosa Spierhuis in Laren. Het leven liet hem geen andere keus. Langzaam maar zeker liet zijn lichaam hem in de steek. Tweemaal was hij getrouwd, beide vrouwen en ook zijn vier kinderen zijn ontvielen hem. In een gesprek dat geen einde kende, sprak Marten Toonder in 2003 met Hans van Dam over het leven, de geest, veroudering, onthechting, eenzaamheid en de treuzelende dood. En over wat hij het meest vanzelfsprekend noemde: op een zelfgekozen moment te mogen sterven.
‘Boeddha zei: je moet onthechten. Ik heb dat altijd een heel strenge eis gevonden. Zoiets als: gij zult niet doden, hoewel dat laatste gemakkelijker is. Met het ouder worden, ontdekte ik tot mijn verbazing dat onthechting geen inspanning vraagt, maar vanzelf gaat. Je onthecht, punt. Je moet er aan geloven. Het gebeurt, of je het wilt of niet. In die zin moet je inderdaad onthechten. Dat gebeurt als je maar oud genoeg wordt. Ik ervaar dat dagelijks. Je daden, je werk, je bezittingen, ze doen er steeds minder toe. Op een zeker moment zijn ze zelfs een sta in de weg en moeten ze letterlijk weg. Ze hebben hun tijd gehad.Tegelijkertijd is dit maar de helft van het verhaal. Want die onthechting is onthechting aan stof, aan materie. En onthechting vindt plaats om vrijheid van geest te krijgen. De geest heeft z’n tijd nooit gehad. Integendeel: de geest groeit zich vrij. Vrij van materie, van stof, van het lichaam waar de geest tijdens het leven aan is gebonden.
Dit denken is bepaald niet eigen aan onze tijd. Alom is er verkrampte hechting aan stof. Aan geld, verworvenheden, prestaties, curriculum, bezit. En aan het lichaam. Men zou het lichaam wel honderd of duizend jaar willen laten worden. Alsof het stoffelijke alles is. Ik bepleit geen verwaarlozing van het lichaam, maar onderstreep dat materie niet het hele bestaan is. Al het stoffelijke vergaat. Ook wat zichzelf lang overleeft: de Nachtwacht van Rembrand, een symfonie van Beethoven, het werk van Kafka. Maar niet de geest. Geest is: wat iemand of iets zegt, uitdrukt, overbrengt. Ook de woorden die nu hier staan. Omdat mensen die inhoud doorgeven. Ongeweten meestal, maar daarom misschien des te krachtiger. Een verhaal, een schilderij, een muziekstuk, een woord, een blik maakt een afdruk in de geest. En die afdruk doet iets met mensen. Bijvoorbeeld net een fractie anders kijken en daardoor anders beslissen en anders doen. Hierin wordt de wereld een fractie anders. En met die fractie als geheel iets anders. Iets menselijker of onmenselijker, iets vreedzamer of vijandiger, iets leefbaarder of onleefbaarder.
‘Die tweedeling in stof en geest vind ik wezenlijk. Wij scharrelen rond in een materiële wereld die hard en onbegrijpelijk is en die wij als de ware beschouwen. In die werkelijkheid verliezen wij dierbaren. Mensen die je hebben aangezien met een blik voor de eeuwigheid. Zij worden herinnering. Je mist hen vreselijk, je verdere leven lang. In mijn geval met nadruk op lang. Daar heb je weet van, omdat je hersens, je stof, je voortdurend doen herinneren. Het alleen zijn is het probleem niet, maar de afwezigheid van mensen die je begrijpen; mensen die we in de gauwigheid geestverwanten hebben genoemd. Die eenzaamheid ervaar ik dagelijks.
Een reeks mensen die ik heb gekend zijn overleden. Sommigen mis ik niet of niet meer. Maar anderen vergeet ik nooit. Wat ze hebben gezegd, gedaan en bedoeld, krijgt steeds meer betekenis. Hierin ervaar ik die andere waarheid, namelijk dat het feit dat iemand er niet meer is niet de laatste waarheid is. Want het leven met die ander heeft ons mede gemaakt tot wie we zijn. Onze geest heeft er iets van opgestoken. In positieve en negatieve zin. En dát heeft blijvende waarde, die zich uitdrukt in wat je tijdens je leven doet en laat, in wat je als taak ziet. En nu kom ik bij de dood. Want die taak kan voltooid zijn. Er is gedaan wat moest gedaan. De geest – je “zelf” – is niet meer gebonden aan de taak waar het lichaam voor nodig was en maakt zich los. Onthechting dus. En in de vrijheid tot sterven die dan ontstaat, kan het stoffelijke leven te lang gaan duren.
Dat is precies wat ik ervaar. Mijn leven is voltooid. Ook al schrijf ik nog aan een boek. Ik heb gedaan wat ik wilde doen. Ik heb op mijn manier geprobeerd om in mijn leven en werk iets bij te dragen aan een leefbaardere wereld. Mijn voetafdrukken staan in mijn verhalen. De opdracht die ik voor mezelf heb gezien, is klaar. Toch ben ik hier nog en dat moet een misverstand zijn. Ik ben negentig en bezig om tot stof te vergaan. Ik ben mijn werk voorbij en al mijn dierbaren zijn mij voorgegaan. Zeker, ik heb kleinkinderen. Het contact met hen is goed, maar hun wereld is de mijne niet. De cirkel is al lang rond en het ergert me dat de consequentie hiervan uitblijft. De dood komt, ik weet het, maar ik vind wel dat die erg lang treuzelt.
‘Godsdienstige verhalen hebben om de dood een web van angst geweven. Die verhalen hebben op mij geen vat. Ze zouden dat hebben als er na de dood een hel was, of een hemel en ik weet eerlijk gezegd niet wat erger is. Voor mij is de dood niet afschrikwekkend, maar een natuurlijk sluitstuk van het leven. Hier loopt onthechting op uit. Veroudering is onthechting. En onthechting is sterven. En sterven doe je zelf. Sterven is een act, een daad. Daarom is het pleidooi van Huib Drion om oude mensen het recht te geven te beschikken over een middel om op een zelfgekozen moment te sterven, veel meer dan een mening. Het is een poging om vrijheid te geven aan de geest. Dat is: die niet te binden waar die, onder dank voor bewezen diensten, van ons stoffelijk bestaan losraakt. Een vrijheid dus waarin de dood een plaats krijgt, waarin de dood voor iemand doodgewoon mag zijn. Een vrijheid waarin een mens moet kunnen zeggen dat het genoeg is en daar consequenties aan mag verbinden. Die vrijheid is er nu niet.
Mensen kooien elkaar in geboden en verboden. Zelfs, of sterker nog, juist in dit zo heel persoonlijke, in dit meest eigene: het sterven. Veertigers weten precies wat ik moet denken en vooral dat ik moet leven. In hun verzet tegen wat “de pil van Drion” is gaan heten, zeggen mensen dat daarmee ouderen worden geminacht. Maar precies die uitspraak is een minachting van ouderen. Zij getuigt van niet luisteren en daarin van een gevaarlijk onbegrip. Hier ligt de bedding voor de moderne bevoogding, uitmondend in “gij zult leven”. Als diezelfde veertigers werkelijk zouden luisteren naar oude mensen, dan zouden de woorden hen in de keel blijven steken. Gevangen in de verhalen van de angst blokkeren zij de natuurlijke uitgang van het leven. Dat is absurd en onverdraaglijk. Maar ook tragisch: men keert zich tegen de mensen voor wie men zegt op te komen. In dit klimaat is – de euthanasiewet ten spijt – in tien, vijftien jaar tijd een sprong achterwaarts gemaakt. Mijn broer had dubbele kanker: in de hersenen en in de longen. Op een dag ging hij naar zijn huisarts en zei dat het niet verder ging. Hij keerde huiswaarts met een doosje pillen waarmee hij kon sterven. En zo gebeurde het vaker. Nu is het niet goed dat mensen in hun sterven afhankelijk zijn van helden die de moed hebben deze normale hulp te geven. Die hulp moet gewoon beschikbaar zijn, zoals Drion voorstaat.
‘Het beschikken over een veilig dodelijk middel zou mij zeer geruststellen. Nogmaals, ik ben negentig en bezig tot stof te vergaan. Mijn lichaam is bezig mij lelijk in de steek te laten. Een bitter einde gluurt om de hoek. In de onthechting aan materie rijpt de geest tot de laatste onthechting: die van het lichaam. In die eerbiediging is waar we nu over praten, het pleidooi van Drion, het minst belangrijke omdat het het meest voor de hand liggende is. Het zou heel gewoon moeten zijn dat de ene mens de ander het recht geeft om zichzelf het bittere einde te besparen. Dat betekent dat de middelen hiertoe beschikbaar moeten zijn. En dat de gemeenschap zo’n besluit ook draagt, in die zin dat ik er van op aan moet kunnen dat ik hulp krijg als zo’n middel onvoldoende werkt, bijvoorbeeld omdat het sterven alsnog een martelgang wordt of ik zelfs dreig te overleven in erbarmelijke toestand. Met minder dan deze omkering kunnen we niet toe. Het besluit dat het genoeg is, is een Heilig Besluit, met hoofdletters. Als een mens zegt dat het genoeg is, is het genoeg. Of het nu om ziekte of ouderdom gaat. Het gaat hier om het laatste en tegelijk meest eigene, tere, intieme besluit dat een mens kan nemen: dat over zijn bloedeigen, materiële leven. Vrijheid te leven reikt tot in het sterven. Mensen moeten elkaar het licht in de ogen gunnen, ook als iemand de ogen voorgoed wil sluiten.’
5 februari 2010
Jan Viktor Kaisiëpo
Gisteravond ontving ik het bericht dat op 31 januari Jan Viktor Kaisiëpo op 61-jarige leeftijd is overleden. Viktor was een voorvechter van het recht op zelfbeschikking van West-Papoea.Ik ken hem maar van een ontmoeting, maar toen heeft hij op mij een onuitwisbare indruk achtergelaten. Ik noemde hem even de Dalai Lama van West-Papoea en hij lachte daarom smakelijk.
Met een aantal collega's brachten wij een dag door in het Vondelpark in Amsterdam en lieten ons rondleiden door verschillende gebruikers van de natuur.
Hier leerde Viktor ons kijken door zijn ogen, door de ogen van een Papoea.
Het leerde mij dat zijn onvoorwaardelijke respect voor de natuur totaal verschilde van de onze.
Voor hem was elk organisme, elke vogel, elke boom een gelijke, wellicht een meerdere.
Als ik onder een boom doorloop moet ik niet aan die boom denken, maar ik moet bedenken wat die boom over mij denkt: "Hé, wie zou dat zijn die daar onder mij doorloopt?"
Ik hoop dat heel zijn volk zijn wijsheid kan behouden.
19 januari 2010
Kate McGarrigle
Dagelijks hoor ik berichten over het overlijden van die acteur, of deze zanger.
Kate McGarrigle's dood behoorde niet tot het grote nieuws, maar trof mij des te meer.
24 december 2009
Ouwe communist
Tijdens mijn studie aan de Bosbouwschool in Arnhem was ik lid van werkgroep Anders. We wonden ons op over de bezetting en uitbuiting van Angola door Portugal, de leegstand van kantoorpanden in een tijd van woningnood en de nucleaire bewapening. Terugdenkend geloof ik dat we ons in werkelijkheid meer druk maakten over de jurering van de bierestafette in de studentensoos dan over al dat wereldleed.Achter het raam van mijn appartement in Klarendal pronkte een affiche van de CPN met daarop de kop van Marcus Bakker. Het hoorde een beetje bij het milieu waarin ik toen verkeerde, zo'n affiche was bon ton. Ik heb toen echter niet op de CPN gestemd, want tijdens de aanloop naar de verkiezingen presenteerde ik voor maatschappijleer een werkstuk over een aantal politieke partijen. Zo ontdekte ik dat die sexy Marcus (ja de meiden op school noemden hem een lekker ding) een communist was van het oude stalinistische type. Het neerslaan van de studentendemonstraties in Poznan, de bezetting van Hongarije door de Sovjetunie hadden zijn instemming en hij heeft nimmer afstand van zijn meningen genomen.
Marcus was ook de auteur van “De CPN in oorlogstijd” dat de directe aanleiding werd tot het royement van o.a. Gerben Wagenaar en Henk Gortzak.
Dankzij ons democratische systeem verwierf hij een plaats in de Tweede Kamer. Gelukkig bleef de CPN een splinterpartij, want eenmaal aan de macht zou Marcus, als bewonderaar van het Sovjetsysteem, allereerst een einde aan de democratie hebben gemaakt.
Vandaag is Marcus overleden en is nu geschiedenis geworden. Ik hoop dat hij in zijn laatste dagen nog het winterse landschap heeft gezien dat hem even kon herinneren aan de zegeningen van de Goelagarchipel.
Over de doden niets dan goeds. Ik neem aan dat Marcus een goed echtgenoot, vader en opa is geweest dus niets dan goeds daarover. Dit geldt niet voor de publieke figuur Marcus Bakker, daarover weinig goeds.
Bij de verkiezingen van 1986 behaalden de communisten geen zetel meer en voor het eerst sinds 1918 zat er geen communistische partij in de Tweede Kamer.
Dat er in het parlementsgebouw een Marcus Bakker-zaal bestaat vind ik volslagen idioot!
22 juni 2009
Neda Ukraden
Afgelopen zaterdag schreef ik over de impact en gevolgen van protest naar aanleiding van een artikel in LiveScience. Hoewel ikzelf deel nam aan een aantal protestmarsen en dus heb geloofd in nut en noodzaak ervan, vind ik dat het protest van een enkeling vaak een veel groter effect kan hebben dan het protest van duizenden; denk hierbij een die ene student die de tanks tegenhield op het Plein van de Hemelse Vrede. Nu in Iran wordt gedemonstreeed voor iets meer democratie lijkt de gruwelijke dood van Neda een nieuwe ikoon in een lange verdrietige rij te worden.
Hoe zinloos de dood ook is, hoop ik dat haar dood enige zin zal hebben.
Abonneren op:
Posts (Atom)








