
We reden over de hoogvlakten naar het oosten. Onbeschrijflijk mooie dorpjes gezien met een even onbeschrijflijke armoede. Sommige dorpen waren meer verlaten dan bewoond, we waanden ons in een ontwikkelingsland.

Langs de rivier de Hérault naar het zuiden, om te eindigen in een bedevaartsoord waar Van Gogh zijn bootjes en het gezicht op de kerk schilderde: Les Saintes-Maries de la Mer.
Ook hier had mevrouw L. een hotel gereserveerd, eveneens met een slaapplaats voor de auto en dat kwam goed uit, want er was tot in de wijde omtrek geen parkeerplaats meer te krijgen.
Dus tevreden konden we een biertje pakken in de binnentuin.
