
in de laat-lichte avondstond.
Het is heel stil, zoëven klonk er
het verre blaffen van een hond.
In in de tuin, de bloemen slapen
schraapt scherp een hark door het grove grind.
Die enkele geluiden maken
dat men zich op de rust bezint.
Ik lig maar stil, het raam staat open
waardoor ik in de avond staar.
Het wordt steeds stiller, langs mijn ogen
streelt van de slaap het stil gebaar
en windt zijn zelfgeweven warme
en wollen wade rond mijn leên.
Dan glijd ik willig in zijn armen
naar onbewuste diepten heen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten